Woordenlijst

WELKOM BIJ NEDERLAND’S GROOTSTE

Islamitische/Arabische Woordenlijst

 

 

Hieronder volgt een kort lijstje die voornamelijk betrekking heeft op de belangrijkste termen binnen de algemene Islam. De overige woorden staan eronder.

-De algemenere termen staan in het eerste gedeelde van deze pagina; de minder gebruikte begrippen staan in het onderste gedeelte van deze pagina.-

A

Abd (عبد ‘Abd)
dienaar, slaaf. Moslims beschouwen zich als dienaar of slaaf van God. Zo betekent de naam Abdallah letterlijk Dienaar van God. Abd wordt vaak gebruikt als voornaam in combinatie met één van de namen van God.
Adab (أدب ’Adab)
vaak gebruikt in de betekenis van etiquette, zoals beleefdheid een vorm van adab is.
Ahad (أحد ’Aḥad)
letterlijk één. Binnen de islam wordt dit woord gezien als één van de 99 Schone Namen van God, omdat God als de Ene wordt gezien.
Ahkam (أحكام ’Aḥkām)
regels opgesteld volgens de Koran en de Soennah met 5 gradaties: fard, mustahab, halal, makruh, en haram.
Ahl al-Bayt (أهل البيت ’Ahl al-Bayt)
de leden van het Huis van Mohammed, waaronder zijn Vrouwen.
Ahl al-Fatrah (أهل الفترة, ahlu-l-fatratu)
mensen die in onwetendheid zijn over de islam.
Ahl al-Kitab (أهل الكتاب ’Ahl al-Kitāb)
Mensen van het Boek, de mensen die reeds voor de komst van Mohammed in God geloofden en een Boek ontvingen: joden, christenen en hânifs.
Akhirah (آلآخرة Al-’Ākhirah)
het leven na de dood en de verantwoording die men aflegt voor zijn of haar daden.
Akhlaq (أخلاق ’Akhlāq)
Het in de praktijk laten zien van deugden.
Alamin (عالمين ‘Ālamīn)
al hetgeen wat bestaat, waaronder de mens, de djinn en de engelen.
Alhamdulillah (الحمد لله Al-Ḥamdu li-l-Ḷāh)
Alle Lof is voor God
Allah (الله)
God
Allahumma (اللَّهُمَّ)
Oh God.
Allahu Akbar (الله أكبر Al-Ḷāhu ’Akbar)
God is de grootste.
Alim (عالم ‘Ālim)
Hij die weet, meervoud Oelema
Amanah (أمانة ’Amānah)
het vertrouwen dat de mens kreeg van God en daarmee de vrije wil.
Amien (آمين ’Āmīn)
Amen, bedoeld als O God, verhoor onze gebeden!
Aminah bint Wahab (Amina) (آمنة بنت وهب)
de moeder van Mohammed.
Ansaar (أنصار ’Anṣār)
“Helpers”, de tot de islam bekeerde inwoners van Medina, die de moslims uit Mekka na de hidjra hielpen.
Aqidah (عقيدة ‘Aqīdah)
de zuilen van geloof, de getuigenis van de islam, voor soennieten bestaande uit zes zuilen: het geloof in de eenheid van God, de engelen, de geopenbaarde Boeken, de profeten en de boodschappers, de Wederopstanding en de Laatste Dag en de voorbeschikking Gods.
Arkan (ركن/أركان)
de vijf zuilen van de islam: de geloofsgetuigenis, de rituele gebeden, het geven van aalmoezen, het vasten tijdens ramadan en de pelgrimstocht naar Mekka.
Asjoera (عاشوراء ‘Āshūrah)
tiende dag van de maand muharram; de dag waarop de moslims gedenken dat God de profeet Musa en de kinderen van Israël redde uit Egypte.
Asharatu mubashshirun (العشرة المبشّرون)
de tien metgezellen van Mohammed die een plaats in het Paradijs is beloofd.
Asr (العصر Al-‘Aṣr)
het namiddaggebed dat onderdeel is van de vijfmaaldaagse salat.
As-Salamu Alaykum (السلام عليكم As-Salāmu ‘Alaykum)
letterlijk: de vrede zij met jou, groet die moslims onderling gebruiken
Astaghfirullah (أستغفر الله ’Astaghfiru l-Ḷāh)
Ik zoek vergeving bij God., uitdrukking
Audhu billah (أعوذ بالله ’A‘ūdhu bi-l-Ḷāh)
Ik zoek mijn toevlucht tot God, uitdrukking.
Awliya’ (أولياء ’Awliyā’)
vrienden, beschermers, helpenden (enkelvoud:wali)
Awrah (عورة ‘Awrah)
het gedeelte van het lichaam dat dient bedekt te worden.
Aya (آية ’Āyah) (meervoud ayaat, آيات)
een teken, meer specifiek, een gedeelte of vers van de Koran
Azan (أذان Ādhān)
de oproep tot het rituele gebed door de muezzin.
Azl (عزل ‘Azl)
coitus interruptus, letterlijk: isolatie

B

Baitullah (بيت الله)
Huis van God, een moskee of ook wel de Ka’aba.
Barakah (بركة)
een zegen, ook de spirituele overdracht van kennis
Barzakh (برزخ)
periode tussen iemands dood en zijn wederopstanding op de Dag des oordeels. Het wordt gezien als een soort slaaptoestand.
Bid’ah (بدعة)
letterlijk: iets nieuws, religieuze vernieuwingen. Binnen de islam is het een innovatie in het geloof of de aanbidding. Deze worden afgewezen.
Bint (بنت)
dochter van
Bismillah ar-Rahman, ar-Raheem (بسم الله الرحمن الرحيم bismi-llāhi -r-raḥmāni -r-raḥīmi)
In de naam van God, de Erbarmer, de Meest Barmhartige, uitdrukking en de eerste aya van alle soera’s van de Koran, op een na.

C

Choel
de ‘onverenigbaarheid van karakters’ tussen een man en een vrouw, die een geldige reden is om te kunnen scheiden.

D

Dadjaal (دجّال)
letterlijk: leugenaar, figuur binnen de islam, vergelijkbaar met de Antichrist.
Dar al-amn (دار الأمن)
vertaald als huis van de veiligheid, refereert aan moslims die in de westerse wereld leven.
Dar ad-dawa (دار الدعوة)
vertaald als huis van de uitnodiging, refereert aan gebieden waar de islam recentelijk is geïntroduceerd.
Dar al-harb (دار الحرب)
vertaald als huis van de oorlog, refereert aan de landen die geen deel uitmaken van de islamitische wereld.
Dar al-islam (دار الإسلام)
vertaald als huis van de vrede, refereert aan de landen die deel uitmaken van de islamitische wereld.
Dawah (الدعوة)
uitnodiging tot bekering tot de islam
Dhabiha (ذَبِيْحَة)
term voor het aanduiden van de door de islam voorgeschreven wijze van slachten.
Dhikr (ذكر)
herinnering aan God
Dhimmi (ذمّي)
inwoner van een islamitisch land aangeduid die geen moslim is. Aanvankelijk verstond men onder dhimmi’s alleen de zogeheten ‘mensen van het Boek’.
Dhuhr (الظهر)
het middaggebed dat onderdeel is van de vijfmaal daagse salat
Dien (الدين)
de Weg, een manier van leven, vaak gebruikt als aanduiding van de islam, maar ook voor de andere Abrahamitische religies.
Djenna (جنة)
Paradijs, plaats waar zij die goed hebben geleefd, dus ook niet-moslims, na hun dood naartoe gaan.
Djinn (جن)
onzichtbaar wezen, genoemd in de Koran, dat bezit kan nemen van mensen.
Djuz’ (جزء)
een dertigste deel van de Koran.
Dua (دعاء)
persoonlijk gebed (smeekbede) waarvoor geen regels bestaan en dat niet verplicht is.
Dunya (دنيا)
de wereld of het leven, in tegenstelling tot het hiernamaals.

E

Eid (عيد)
feest
Eid ul-Adha (عيد الأضحى)
Offerfeest. Het wordt gevierd ter nagedachtenis aan de profeet Ibrahim, die bereid was zijn zoon te offeren in opdracht van God.
Eid ul-Fitr (عيد الفطر)
Suikerfeest. Het einde van het vasten tijdens de maand ramadan wordt gevierd.
Emir (أمير amīr)
letterlijk: commandant, aanvoerder, adellijke of vorstelijke titel gebruikt in islamitische landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

F

Fajr (فجر)
het ochtendgebed dat onderdeel is van de vijfmaaldaagse salat.
Fard (فرض)
religieuze plicht, een categorie uit de fiqh: men wordt gestraft bij verwaarlozing.
Fatwa (فتوى)
is een juridisch advies in de islam, die door een godsdienstige wetspecialist wordt uitgevaardigd met betrekking tot een specifieke kwestie.
Fiqh (فقه)
jurisprudentie van de sharia. Letterlijk betekent dit het goede inzicht in iets hebben, het weten en het begrijpen van wat iets betekent.
Fi sabil Allah (في سبيل الله)
op het pad van God, (omwille van God) uitdrukking
Fitna (فتنة)
periode van chaos, evenzo de tijd van de apocalypsof beproeving.
Fitrah (فطرة)
vergelijkbaar met het besef van goed en kwaad, het geweten. Moslims geloven dat kinderen met de aanleg voor deze gave zijn geboren.

G

Ghusl (غسل)
grote rituele wassing die in bepaalde gevallen door moslims verricht wordt

H

Hidaya (هداية)
letterlijk: gift, binnen de islam de begeleiding van God.
Hadath asghar
kleine, rituele onreinheid
Hadath akbar
grote, rituele onreinheid
Hadd (حد)(meervoud حدود hudūd)
letterlijk: grens, binnen de islam de grens die God aan de mens gaf. Op basis van de Koran wordt vertreding wordt bestraft.
Hadith (حديث) meervoud
ahādīth: de islamitische overleveringen over het doen en laten en de uitspraken van Mohammed. Via deze overleveringen kent men de soennah, de manier van de profeet. Voor de overgrote meerderheid van de moslims vormen de Ahadith een aanvulling op de Koran.
Hadj (الحجّ)
de bedevaart naar Mekka, voor soennieten één van de vijf zuilen van de islam.
Halaal (حلال)
rein, toegestaan, een categorie uit de fiqh: men wordt voor deze handelingen niet gestraft, maar ook niet beloond.
Hafiz (حافظ)
letterlijk: bewaker, binnen de islam iemand die de Koran uit het hoofd kent.
Hanif (حنيف)
iemand die al voor het ontstaan van de islam een monotheïstisch geloof aanhing, zoals Abraham en Jezus.
Haqq (حق)
waarheid, een van Gods Schone Namen.
Haraam (حرام)
onrein, een categorie uit de fiqh: verboden
Harakat (حركات)
letterlijk: beweging, het plaatsen van klinkertekens in een Arabische tekst.
Hasan (حسن)
goed, mooi. Eveneens een categorisatie van een Hadith die acceptabel is.
Hijaab (حجاب)
letterlijk bedekking, binnen de islam: hoofddoek, gedragen door vrouwen.
Hidjra (الهجرة)
de migratie van Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar Medina in 622. Begin van de islamitische kalender.
Hizb (حزب)
de helft van een djuz’, een zestigste deel van de Koran
Hoeri (حورية hūrīya, meervoud hūrīyāt (حوريات))
prachtige, jonge jongens en meisjes die in het Paradijs de gelovigen op hun wenken zullen bedienen.

I

Ibadah (عبادة)
aanbidding, uit zich niet alleen in rituelen, maar in alle goede daden, zoals een aalmoes of bescheidenheid.
Iblis (إبليس)
een ongehoorzame djinn (geen engel, zie Soerat al-Kahf 50), verbannen naar de hel, ook bekend als Satan.
Ifriet (عفريت)
een type djinn in de Arabische mythologie
Iftar (إفطار)
maaltijd na zonsondergang, gedurende de vastenmaand ramadan.
Ihram (إحرام)
toestand van reinheid gedurende de hadj, de bedevaart naar Mekka. Hiervoor zijn kledingvoorschriften.
Ihsan (إحسان)
perfectie in de aanbidding, zodanig alsof men God ziet. God ziet alles, waarmee men rekening dient te houden.
Ijaz (إعجاز)
niet-imiteerbaarheid en het unieke van de Koran.
Idjma (إجماع)
consensus van rechtsgeleerden, één van de vier bronnen van de fiqh, de jurisprudentie van de islamitische wetgeving
Ijtihad (إجتهاد)
de rede, één van de aanvullende principes op de vier bronnen van de fiqh, de jurisprudentie van de islamitische wetgeving.
Ilah (إله)
god, niet noodzakelijkerwijs God
Imam (إمام)
een voorganger in de salat, het rituele gebed.
Iman (إيمان)
het geloof dat iemand zelf heeft.
Indjil (الإنجيل)
één van de openbaringsboeken waar in de Koran met respect over gesproken wordt. Indjil wordt doorgaans gelijkgesteld met het Evangelie, maar de inhoud van de Indjil is niet bekend vanuit de Koran. Geopenbaard aan Jezus.
Insha’Allah (إن شاء الله)
bij Gods wil!, uitdrukking.
Iqamah (إقامة)
de tweede oproep tot het salat, bijna gelijkluidend aan de azan.
Isa (عيسى) `Īsā
Jezus, zoon van Maria. Hij had geen vader.
Isha (عشاء)
het nachtgebed dat onderdeel is van de vijfmaaldaagse salat
(al-)Isra (الإسراء Al-’Isrā’)
de Nachtreis van Mohammed, ook de naam van een soera, Soera De Nachtreis.
Islam (الإسلام)
overgave aan God. Het grondwoord betekent overgave, vrede, gehoorzaamheid en zuiverheid.
Isnad (إسناد)
een volledige keten van overleveraars die elkaar gekend en ontmoet kunnen hebben, een voorwaarde voor een authentieke Hadith.
Isra (الإسراء)
deel van de Nachtreis waarbij Mohammed van Mekka naar de plaats van de huidige Al-Aqsamoskee in Jeruzalem ging.

J

Jadid (جديد)
letterlijk: nieuw, de naam gegeven aan islamitische hervormers binnen het Russische Rijk in de jaren ’80 van de 19e eeuw.
Jahannam (جهنم)
de hel
Jahiliyya (الجاهليّة)
concept dat refereert aan de conditie van de pre-islamitische, polytheïstische Arabische samenleving, de tijd van onwetendheid.
Janaza (جنازة)
begrafenisgebed
Jazakallahu Khayran (جزاك الله خير)
Moge God je belonen voor het goede. Uitdrukking als teken van dank.
Jihad (جهاد)
strijd, bescherming van het geloof, wordt zowel voor de innerlijke strijd als voor de uiterlijke strijd gebruikt.
Jizya (جزية)
belasting die betaald wordt door bepaalde niet-moslims.
Jumah (جمعة)
dhuhr, uitgevoerd als gezamenlijke salat op vrijdag in de moskee.

K

Ka’aba (الكعبة)
vierkant gebouw in Mekka dat de qibla bepaalt. Het gebouw wordt niet aanbeden, maar is als gemeenschappelijk punt vastgesteld.
Kafir (كافر)
iemand die niet in God gelooft.
Kalam (علم الكلم)
islamitische theologie
Kalief (خليفة Khalīfah)
letterlijk: opvolger, hoofd van een kalifaat en in het bijzonder van het islamitische Rijk. De kalief wordt beschouwd als de opvolger van Mohammed, als leider van de oemma, niet als profeet.;
Khatib (خاطب)
de imam die bij de gezamenlijke salat op vrijdag de khutbah, de preek, houdt
Khilafah (خلافة)
het rentmeesterschap dat de mens van God over de aarde kreeg.
Khutbah (خطبة)
de preek die een imam bij de gezamenlijke salat op vrijdag houdt.
Kitab (كتاب)
letterlijk: boek, wordt gebruikt als benaming voor de Koran.
Koran
Zie Qur’an

L

La ilaha illallah (لاإله إلا الله)
Er is geen godheid dan God. De belangrijkste uitdrukking binnen de islam, onderdeel van de shahadah en daarmee onderdeel van de vijf zuilen van de islam en de boodschap van de tawhid en daarmee onderdeel van de zuilen van geloof.
Laylat al-Qadr (ليلة القدر)
Nacht van de beslissing, de nacht waarin voor de eerste maal een soera van de Koran door de engel Djibril aan Mohammed werd geopenbaard.

M

Madhhab (مذهب)
(meervoud Madhahib) rechtsschool, interpretatie van de fiqh (jurisprudentie). Alle wetsscholen volgen uiteraard dezelfde geloofsleer.
Madrasa (مدرسة)
school, binnen de islam een religieuze school.
Maghrib (مغرب)
het avondgebed dat onderdeel is van de vijfmaaldaagse salat.
Mahdi (مهدي)
gids, persoon van wie in sommige islamitische stromingen verwacht wordt dat hij volgens profetieën aan het einde der tijden komt. De komst van de mahdi is het belangrijkste dat er op de dag des oordeels zal gebeuren en is een eschatologisch symbool.
Mahram (محرم)
een familielid van de tegenovergestelde sekse die binnen de beschermde grenzen valt; men kan hier niet mee trouwen.
Makruh
een categorie uit de fiqh, men wordt niet gestraft bij het doen van deze handelingen, maar voor het nalaten wordt men beloond..
Malaikah (ملائكة)
engelen
Mandub
een categorie uit de fiqh, men wordt niet gestraft bij het nalaten, maar wel beloond in het hiernamaals. Hierbij kan men denken aan vrijwillige aalmoezen geven of extra gebeden verrichten.
Manzil (منزل)
een zevende deel van de Koran van ongeveer gelijke lengte.
Maa sha Allah (ما شاء الله)
God heeft het gewild, uitdrukking.
Masih (مسيح)
messias, ook de toevoeging bij Jezus’ naam.
Masjid (مسجد)
letterlijk: plaats van nederwerping, moskee
Medina (مدينة)
stad; al-Medinat-un-Nabi betekent de stad van de Profeet.
Mihrab (محراب)
gebedsnis in een muur in de moskee die de gebedsrichting, de qibla, aangeeft.
Minaret (منارة)
de toren van een moskee, typisch islamitisch architectonisch kenmerk.
Minbar (منبر)
preekgestoelte in de moskee waar de imam een aantal zegeningen en de preek, de khutbah, uitspreekt tijdens het gezamenlijke gebed op vrijdag.
(al-)Miraj (المعراج)
deel van de Nachtreis waarbij Mohammed van de plaats van de huidige Al-Aqsamoskee in Jeruzalem naar de hemel ging en de zeven Hemelen bezocht.
Moefti (مفتى)
een juridisch adviseur in de islamitische wetgeving, wanneer de fiqh niet toereikend is. De uitspraak wordt een fatwa genoemd.
Moslim (مسلم)
iemand die zich onderworpen heeft aan God, belijder van de islam
Mu’awwidhatayn (المعوذتين)
Soera De Mensheid en Soera De Doorbraak staan bekend als Mu’awwidhatayn, waarin de toevlucht tot God wordt gezocht.
Mubah (مباح)
een categorie uit de fiqh, men wordt voor deze handelingen niet gestraft, maar ook niet beloond, neutraal (ook halal genaamd).
Mubaligh (مبلغ)
iemand die de gehele Koran uit het hoofd kan reciteren.
Muhammadun rasulullah
Mohammed is de boodschapper van God. De belangrijke uitdrukking binnen de islam, onderdeel van de shahadah en daarmee onderdeel van de vijf zuilen van de islam;
Muezzin (مأذن)
moslim die traditioneel vanaf een minaret bij een moskee oproept tot de salat.
Muhajirun (مهاجرون)
de eerste moslims die van Mekka naar Medina emigreerden (hidjra).
Mullah (ملا)
geestelijke die de Koran, de Ahadith en de fiqh intensief heeft bestudeerd.
Mu’min (مأمن)
werkelijk gelovige moslim
Munafiq (منفق)
hypocriet, moslim die zich als moslim voordoet, maar niet gelooft.
Munkar (منكر)
één van de twee engelen die een overledene in zijn of haar graf zal testen op het geloof
Murtad
afvallige, moslim die zich distancierd van de Islam (geloofsverzaking).
Mustahabb (مستحبّ)
een categorie uit de fiqh, men wordt niet gestraft bij het nalaten, maar wel beloond in het hiernamaals. Hierbij kan men denken aan vrijwillige aalmoezen geven of extra gebeden verrichten.

N

Nabi (نبي)
letterlijk: profeet, binnen de islam wordt een onderscheid gemaakt tussen nabi die geen Heilig Boek bracht en tussen een rasul die wel een Heilig Boek bracht.
Nakir (نكير)
één van de twee engelen die een overledene in zijn of haar graf zal testen op het geloof
Naskh (ناسِخة)
technische term uit de koranwetenschap met betrekking tot het afleiden van juridische voorschriften. Het betreft de intrekking en vervanging door God van bepaalde ayat van de Koran.
Niqaab (نقاب)
kledingstuk dat  door islamitische vrouwen gedragen wordt. Een niqaab wordt vaak verward met een boerka.
Nur (نور)
licht, stof waarvan engelen gemaakt zouden zijn; ook een soera uit de Koran: Soera Het Licht.

O

Oelema (علماء)
vertaald ‘geleerden’, zij die zich verdiept hebben in kennis met betrekking tot de islam, bijvoorbeeld in de sharia, de hadieth en de fiqh.
Oemma (الاُمّة)
de wereldwijde islamitische gemeenschap.
Oemrah (عمرة)
pelgrimage naar Mekka die in tegenstelling tot de hadj het hele jaar door gemaakt kan worden.

Q

Qadar (قدر)
lotsbestemming, Goddelijke voorbeschikking, een van zuilen van geloof.
Qadi (قاضي)
rechter die op grond van de sharia en idjma oordeelt.
Qari
iemand die de gehele Koran uit het hoofd kan reciteren
Qibla (قبلة)
o.a. gebedsrichting voor de salat, maar ook in het graf ligt men op de rechterzij met het gezicht naar de qibla en ook bij de dhabiha speelt de qibla een rol.
Qi’yaamah (قيامة)
Wederopstanding, ook een soera uit de Koran: Soera De Resurrectie.
Qiyas (القياس)
analogie, het afleiden van regels voor situaties die niet in de Koran en de soenna worden beschreven naar analogie van vergelijkbare situaties die wel beschreven zijn. Het is één van de vier bronnen van de fiqh, de jurisprudentie van de islamitische wetgeving
Qur’an (القرآن)
Koran, het belangrijkste Boek van de moslims, geopenbaard aan Mohammed in ~610.

R

Rabb (رَبِّ)
heer, meester.
Rahman (رَّحِيمِ)
barmhartig; Ar-Rahman is één van de 99 Schone Namen van God
Rahim (رحيم)
genadevol; Ar-Rahim is één van de 99 Schone Namen van God;
Ra’ka
bepaald onderdeel van de salat dat meerdere keren verricht wordt. Het aantal ra’kaat verschilt per gebed.
Rasul (رسول)
boodschapper en profeet; er wordt een onderscheid gemaakt tussen een nabi die geen Heilig Boek bracht en een rasul die wel een Heilig Boek bracht. Het geloof in de rasul is één van de Zuilen van geloof.
Riba (ربا)
rente, het ontvangen en geven van rente is verboden, zoals vastgelegd in de Koran.
Ridda (ردة, ridda)
Geloofsafval
Risalah
letterlijk boodschap, binnen de islam gaat het om een Goddelijke boodschap. Al-Risalah, ‘De Boodschap’ is ook de naam van een film over het leven van Mohammed
Roeh Al-Qoedoes (الروح القدس)
Goddelijke geest
Ruh
ziel
Ruk’u (رُكوع)
onderdeel van een ra’ka van de salat waarbij men staat, buigt en knielt.

S

Sadaqah (صدقة)
aalmoes die bovenop de verplichte zakat gegeven wordt.
Sahaba (صحابة)
metgezellen van Mohammed, enkelvoud sahābi wordt ook als vriend gebruikt.
Sadjada (سجادة)
gebedskleed voor het rituele gebed
Sahoor (سحور)
ontbijt gedurende de vastenmaand ramadan, vóór fajr.
Salaf (سلف)
voorouders, meestal duidt het de eerste drie generaties moslims aan vanaf de tijd van Mohammed. 
Salam (سلام, salām)
vrede, ook gebruikt als begroeting, volgens het Groene Boekje met een enkele ‘a’
Salat (صلاة)
het vijfmaaldaagse, rituele gebed, één van de vijf zuilen van de islam.
Sallallahu alaihi wa sallam (صلى الله عليه و سلم)
Gods zegen en vrede zij met hem, uitdrukking van eerbied, gebruikt na het horen, zeggen of schrijven van de naam van Mohammed (“ص” of saws of het Nederlandse vzmh, soms ook zvmh)
Salsabil (سلسبيل)
hemelse rivier
Sawm (صَوم)
het vasten tijdens de maand ramadan.
Sjahada (الشهادة)
De uitspraak: La ilaha illa Allah. Muhammadun rasulullah. (Er is geen godheid dan God en Mohammed is Zijn boodschapper.), getuigenis, één van de vijf zuilen van de islam en staat in nauw verband met de Zuilen van geloof;
Shahid (شهيد)
martelaar
Shaikh (شيخ)
sjeik, titel die in de Arabische wereld gegeven wordt aan een man die aanzien heeft of heeft verworven als leider, zowel op geestelijk als op wereldlijk gebied.
Sharia (شريعة)
letterlijk pad naar de waterput, binnen de islam de islamitische wetgeving op basis van de Koran en de Soennah, basis van de fiqh.
Sharif (شريف)
titel bestemd voor de afstammelingen Mohammed via Hassan, zoon van Mohammeds dochter Fatima Zahra en zijn schoonzoon Ali ibn Abi Talib.
Shaitan (شيطان)
satan, ook wel Iblis genaamd.
Shirk (شرك)
het gelijkstellen van iets of iemand aan God, de grootste zonde binnen de islam
Sira (السيرة)
het leven of een biografie over het leven van Mohammed.
Sirat al-Mustaqim (صِّرَاطَالمُستَقِيمَ)
het Rechte Pad, zoals ook genoemd in Soera De Opening.
Subhanahu wa ta’ala (سبحانه و تعالى)
De zeer Geprezene en Verhevene uitdrukking gebruikt na het horen, zeggen of schrijven van de naam van God in het Arabisch, Allah.
Subhan’Allah (سبحان الله)
God zij geprezen, uitdrukking gebruikt door moslims bij het uitdrukken van sterke gevoelens of opluchting.
Sudjud (سُجود)
onderdeel van een ra’ka van de salat waarbij men de grond raakt met de handpalmen, de knieën, de voeten en het gezicht, neus en voorhoofd
Soennah (السنّة)
in de betekenis van pad of voorbeeld, het beste gegeven door Mohammed of in de betekenis van aanbevolen, een categorie uit de fiqh.
Soenni (سنّي)
moslim die gelooft in de wijze van de Profeet Mohammed, en hem opvolgt.
Soera (سورة)
één van de 114 hoofdstukken uit de Koran.

T

Tafsir (تفسير)
exegese van de Koran
Taghoet
kan worden vertaald als iets wat de grens overschrijdt. Het is een vorm van bijgeloof, evenals shirk.
Tahajjud
optionele nachtgebeden, zoals witr
Taharah (طهارة,)
rituele reiniging door woedoe of ghoesl
Tahir (طاهر)
ritueel rein
Tahrif (تحريف)
vervalsing, corruptie.
Tauwid (تجويد)
Monotheïsme
Tajweed: een speciale manier van het bijna melodieuze voordragen van de Koran.
Takbir (تكبير)
uiting van Gods grootheid door middel van het uitspreken van Allahu akbar.
Takfir (تكفير)
het verklaren van een gelovige of een groep gelovigen tot kafir (ongelovige).
Talaq
de standaardpraktijk van het verstoten van een moslimvrouw door haar man.
Taqwa
bewustzijn van Gods aanwezigheid.
Tarawih (تراويح)
extra salat, verricht na isha gedurende de vastenmaand ramadan.
Tartil (ترتيل)
een speciale manier van het bijna melodieuze voordragen van de Koran.
Tasbih (تسبیح)
gebedssnoer
Tasliem (تسلم)
vredesgroet aan het einde van de salat
Tawaaf (طواف)
rondgang rond de Ka’aba die deel uitmaakt van de oemrah en hadj
Tawhid (توحيد)
letterlijk één maken, binnen de islam aanduiding van de ‘eenheid van God’ en het monotheïsme. God is één: volkomen ondeelbaar, volledig uniek en volstrekt ondefinieerbaar. 
Tawrat (توراة)
één van de openbaringsboeken waar in de Koran met respect over gesproken wordt.
Tayammum (تيمم)
rituele wassing die verricht wordt zonder water in tegenstelling tot woedoe of ghoesl

U

Urf (عرف)
het gewoonterecht, één van de aanvullende principes op de vier bronnen van de fiqh, de jurisprudentie van de islamitische wetgeving.
Usul al-Fiqh (أصول الفقه)
studie naar de fiqh.

W

Wahy
Openbaring van God
Wajib
religieuze plicht, een categorie uit de fiqh: men wordt gestraft bij verwaarlozing.
Wali (والي)
vriend, helper, beschermer, meester (niet verwarren met Wāli)
Waqf (وقف)
religieuze stichting volgens de sharia
Witr
vrijwillige salat gedurende de nacht, tussen isha en fajr, bestaande uit 3 rakaat
Wudu (وضوء)
kleine wassing die verricht wordt door een moslim voor de salat.

Y

Yaum (يوم)
Dag
Ya Allah (يا الله)
Oh God! Uitdrukking
Yaum Al- Qi’yaamah (يوم القيامة)
Dag des oordeels

Z

Zaboer (زبور)
door veel geleerden gelijkgesteld met de Psalmen en is volgens de Koran, één van de boeken, geopenbaard aan David.
Zakat (زكاة)
‘reiniging’ in de vorm van verplichte aalmoezen aan de armen om een meer rechtvaardige verdeling van goederen te bereiken. Het is één van de vijf zuilen van de islam.
Zina (زنا)
seksuele activiteit buiten het huwelijk, binnen de islam is dit verboden.