Kenniscentrum

Assalamu-aleikum beste broeders en zusters. Hier volgen een aantal belangrijke en interessante artikelen omtrent de Islam. Wat zijn vergeten Sunnah’s (praktijk van de Profeet), wat zijn de meest gebruikte Arabische woorden, en hoe ziet een gemiddeld levensloop eruit (met alle rituelen die erbij horen)? Hieronder vindt u het antwoord!

Selecteer een van de volgende subcategorieën!

 

Hieronder volgt een kleine les Tawheed (Monotheïsme).

200 Vragen en Antwoorden over de geloofsovertuiging.

Vraag 1: Wat is de eerste verplichting van de dienaren?

Antwoord: De eerste verplichting van de dienaren is kennisnemen van de zaak waarvoor Allaah hen geschapen heeft en waarvoor Hij met hen een verdrag heeft getekend, en Zijn boodschappers naar hen gestuurd heeft, en Zijn boeken naar hen neergezonden heeft, en waarvoor Hij het wereldse en het hiernamaals en het paradijs en het hellevuur heeft geschapen en de verwezenlijking (al-Haaqqah) waargemaakt wordt en de Dag der Opstanding zal aanbreken en waarvoor de weegschaal (mawaazien in meervoud) opgezet wordt en de boeken rond verspreid zullen worden.

In deze zaak bevindt zich het geluk en het ongeluk en naar deze zaak zal het licht verdeeld worden. En wie Allaah geen licht geeft, voorzeker, voor hem is er geen licht.

 

Uitleg: Wanneer de mens iets creëert, bijv. een wasmachine, creëert de mens deze met een bepaald doel. De mens heeft de wasmachine gecreëerd om kleding mee te wassen. Zo heeft de mens vele creaties op de wereld gebracht om daarvan te kunnen profiteren. Deze creaties worden allen voor een doel gecreëerd dat uiteindelijk bereikt moet worden. Maar wanneer één van deze creaties voor een ander doel gebruikt wordt dan waarvoor het gemaakt is, zal het leiden tot vernietiging van deze creatie en degene die deze creatie misbruikt.

Dat betekent dat wanneer een wasmachine als oven wordt gebruikt, de wasmachine in brand vliegt. Zo zal ook degene die het als oven wil gebruiken schade kunnen oplopen of erdoor verbrand kunnen worden met mogelijk de dood als gevolg.

Daarom is het noodzakelijk dat de maker van deze machine een handleiding schrijft en mensen opleidt om het doel van de machine duidelijk te maken, zodat de gebruiker op een zo juist mogelijke manier daarvan kan profiteren.

Deze wereld om ons heen, samen met alle creaties die zich daarin bevinden -waaronder de mens, de dieren, de planten, de planeten, de sterren, de hemelen en de aarde- zijn ook voor een doel gecreëerd.

Maar wie heeft deze gehele schepping geschapen en gestructureerd? Is het uit zichzelf ontstaan, of heeft de mens dat gecreëerd? Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa laat ons daarover nadenken, en zegt:

﴿أَمْ خُلِقُوا مِنْ غَيْرِ شَيْءٍ أَمْ هُمُ الْخَالِقُونَ (35) أَمْ خَلَقُوا السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ بَلْ لا يُوقِنُونَ ﴾ (الطور:35-36) “-35-

Of zijn zij uit niets geschapen, of zijn zij (zelf) de scheppers?-36- Of hebben zij de hemelen en de aarde geschapen? Zelfs zij zijn er niet van overtuigd.” (Aayah: 52/35-36).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa geeft daar zelf antwoord op en laat ons nogmaals nadenken, en zegt:

﴿قُلْ مَنْ رَبُّ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ قُلِ اللَّهُ قُلْ أَفَاتَّخَذْتُمْ مِنْ دُونِهِ أَوْلِيَاءَ لا يَمْلِكُونَ لِأَنْفُسِهِمْ نَفْعاً وَلا ضَرّاً قُلْ هَلْ يَسْتَوِي الْأَعْمَى وَالْبَصِيرُ أَمْ هَلْ تَسْتَوِي الظُّلُمَاتُ وَالنُّورُ أَمْ جَعَلُوا لِلَّهِ شُرَكَاءَ خَلَقُوا كَخَلْقِهِ فَتَشَابَهَ الْخَلْقُ عَلَيْهِمْ قُلِ اللَّهُ خَالِقُ كُلِّ شَيْءٍ وَهُوَ الْوَاحِدُ الْقَهَّارُ ﴾ (الرعد:16)

“Zeg: “Wie is de Heer van de hemelen en de aarde?” Zeg: “Allaah. “Zeg: “Nemen jullie dan naast Hem beschermers, terwijl zij geen macht hebben om voor zichzelf nut (te verwerven) of schade (af te wenden)?” Zeg: “Zijn de blinde en de ziende gelijk, of zijn de duisternissen en het licht aan elkaar gelijk? Of kenden zij naast Allaah deelgenoten toe, die iets geschapen zouden hebben, zoals Zijn schepping?” Zodat het scheppen voor hen hetzelfde is, zeg: “Allaah is de Schepper van alles en Hij is de Ene, de Overweldiger.” (Aayah: 13/16).

De meest belangrijke en geweldige creatie, oftewel schepping, is de mens. De mens is de meest secure en verstandige schepping. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَلَقَدْ كَرَّمْنَا بَنِي آدَمَ وَحَمَلْنَاهُمْ فِي الْبَرِّ وَالْبَحْرِ وَرَزَقْنَاهُمْ مِنَ الطَّيِّبَاتِ وَفَضَّلْنَاهُمْ عَلَى كَثِيرٍ مِمَّنْ خَلَقْنَا تَفْضِيلاً﴾ (الاسراء:70)

“En voorzeker, Wij hebben de kinderen van Aadam geëerd. Wij brachten hen op het land en op de zee. Wij gaven hun levensonderhoud van het goede en Wij bevoorrechtten hen met een privilege1boven vele van de andere schepsels die Wij hebben geschapen.” (Aayah: 17/70).

De mens: dit schepsel dat lichaamsdelen zoals een hand, een voet, een hoofd, en andere lichaamsdelen bezit, dient te weten voor welke gevraagde taken hij deze organen in werking moet laten treden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿أَلَمْ نَجْعَلْ لَهُ عَيْنَيْنِ (8) وَلِسَاناً وَشَفَتَيْنِ ﴾ (البلد:8-9) “-8-

“Hebben Wij niet voor hem een paar ogen gemaakt?-9- En een tong en een paar lippen?”

(Aayah: 90/8-9).

Zo heeft de mens ook een waardevol apparaat gekregen waarmee hij alles kan regelen en waarnemen, namelijk het brein. De taak van dit brein is het nadenken. Als deze taak gestopt wordt, zal het werken van dit brein bederven, en zal één van de belangrijkste taken kapot gemaakt worden.

Vandaar dat het noodzakelijk is dat de mens over het doel van zijn schepping nadenkt en ernaar leeft. De mens kan namelijk niet zonder doel geschapen zijn. Daarom is de eerste verplichting van de mens dat hij weet waarvoor hij geschapen is, zodat hij zijn leven niet tot vernietiging leidt.

Onze Schepper Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft ons in de edele Qur’aan opgeroepen om na te denken over hetgeen waarin we ons bevinden. Hij zegt namelijk:

[ هَلْ يَسْتَوِي الأَعْمَى وَالْبَصِيرُ أَفَلا تَتَفَكَّرُونَ] (الأنعام: من الآية50)

“Zeg: zijn de blinde en de ziende gelijk? Denken jullie niet na?” (Aayah: 6/50).

 

En Hij heeft gezegd:

[ وَلَمْ يَتَفَكَّرُوا فِي أَنْفُسِهِمْ] (الروم: من الآية8)

“En zijn zij niet gaan nadenken over zichzelf?” (Aayah: 30/8). Wanneer Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa Zijn schepselen oproept om na te denken, heeft Hij dat binnen de grens van het vermogen en de kunde van het brein mogelijk gemaakt.

Hij de Verhevene heeft ons opgeroepen om hetgeen te bekijken wat Hij in de hemelen, de aarde, onszelf en de hele mensheid geschapen heeft. Hij heeft ons opgeroepen om deze wijde wereld te bekijken die helemaal de schepping en creatie is van Hem de Verhevene. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿إِنَّ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَاخْتِلافِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ وَالْفُلْكِ الَّتِي تَجْرِي فِي الْبَحْرِ بِمَا يَنْفَعُ النَّاسَ وَمَا أَنْزَلَ اللَّهُ مِنَ السَّمَاءِ مِنْ مَاءٍ فَأَحْيَا بِهِ الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا وَبَثَّ فِيهَا مِنْ كُلِّ دَابَّةٍ وَتَصْرِيفِ الرِّيَاحِ وَالسَّحَابِ الْمُسَخَّرِ بَيْنَ السَّمَاءِ وَالْأَرْضِ لَآياتٍ لِقَوْمٍ يَعْقِلُونَ﴾ (البقرة:164)

“Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en de afwisseling van de nacht en de dag en de schepen die op de zee varen met wat de mensen voordeel geeft, en het water dat Allaah uit de hemel neerzendt, waarmee Hij op aarde tot leven brengt na de dood, en dat Hij daarop allerlei dieren verspreidde, en de besturing van de winden en de wolken die tussen de hemel en de aarde dienstbaar zijn gemaakt, zijn zeker tekenen voor een volk dat verstandig is.” (Aayah: 2/164). Ook zegt Hij subhaanahu wa-ta3aalaa:

﴿إِنَّ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَاخْتِلافِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ لَآياتٍ لِأُولِي الْأَلْبَابِ (190) الَّذِينَ يَذْكُرُونَ اللَّهَ قِيَاماً وَقُعُوداً وَعَلَى جُنُوبِهِمْ وَيَتَفَكَّرُونَ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ رَبَّنَا مَا خَلَقْتَ هَذَا بَاطِلاً سُبْحَانَكَ فَقِنَا عَذَابَ النَّارِ﴾ (آل عمران:191) “-190-

Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in het afwisselen van de nacht en de dag zijn zeker tekenen voor bezitters van begrip. -191- Degenen die Allaah gedenken terwijl zij staan en zitten en op hun zij liggen en nadenken over de schepping van de hemelen en de aarde, (zeggend:) “Onze Heer, U heeft dit (alles) niet voor niets geschapen, glorie zij U, bescherm ons dus tegen de bestraffing van het hellevuur.” (Aayah: 3/190-191).

De eerste verplichting van de dienaren is dus te weten komen waarvoor zij geschapen zijn, ademen, waarnemingsapparaten hebben gekregen, en handen en voeten hebben gekregen. Het antwoord op deze vraag zal in-shaa’-Allaah bij vraag 2 behandeld worden.

  • “En waarvoor Hij met hen een verdrag heeft getekend”

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft de gehele schepping voor een doel geschapen. Voor dit doel heeft Hij subhaanahu wa-ta3aalaa met de mensheid drie soorten verdragen getekend, uit barmhartigheid jegens hen, en zodat zij in het hiernamaals geen excuus zullen hebben.

 

Het eerste verdrag: Nadat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa Aadam salla-llaahu 3alayhi wa-sallam geschapen heeft, heeft Allaah zijn nakomelingen (kinderen) uit zijn rug geschapen om hen te laten getuigen dat Hij hun enige Heer is. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَإِذْ أَخَذَ رَبُّكَ مِنْ بَنِي آدَمَ مِنْ ظُهُورِهِمْ ذُرِّيَّتَهُمْ وَأَشْهَدَهُمْ عَلَى أَنْفُسِهِمْ أَلَسْتُ بِرَبِّكُمْ قَالُوا بَلَى شَهِدْنَا أَنْ تَقُولُوا يَوْمَ الْقِيَامَةِ إِنَّا كُنَّا عَنْ هَذَا غَافِلِينَ﴾ (الأعراف:172)

“En (gedenkt) toen jouw Heer het nageslacht van de kinderen van Aadam uit hun lendenen nam, en hen deed getuigen over Zichzelf (en Hij zei:) “Ben Ik niet jullie Heer?” Zij zeiden: Jazeker, dat getuigen wij.” Opdat jullie op de Dag van de Opstanding niet zullen zeggen: Wij waren hier omtrent achtelozen.” (Aayah: 7/172).

 

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam legt dit vers uit in de volgende overlevering.

عن هشام بن حكيم قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم: »إن الله أخذ ذرية آدم من ظهره ثم ﴿ أشهدهم على أنفسهم ألست بربكم قالوا بلى ﴾ ثم أفاض بهم في كفيه فقال هؤلاء في الجنة وهؤلاء في النار فأهل الجنة ميسرون لعمل أهل الجنة وأهل النار ميسرون لعمل أهل النار«. رواه الطبراني والبيهقي والبزار

Hishaam ibn Hakiem radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Voorwaar, Allaah nam uit de rug van Aadam zijn nageslachten. Vervolgens liet Hij hun over henzelf getuigen: “Ben Ik niet jullie Heer?” Zij zeiden: “Jawel.” Vervolgens nam Hij hen met Zijn beide handpalmen, en zei: “Deze zijn in het paradijs, en deze zijn in het hellevuur. Voorwaar, de inwoners van het paradijs worden geleid naar de werken van de inwoners van het paradijs, en de inwoners van het hellevuur worden geleid naar de werken van de inwoners van het hellevuur.”»  ((Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Ttabaraanie, imaam al-Bayhaqie en imaam al-Bazzaar, en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.))

عن أبي هريرة رضي الله عنه عن النبي صلى الله عليه وسلم قال : «لما خلق الله آدم مسح على ظهره فسقط من ظهره كل نسمة هو خالقها من ذريته إلى يوم القيامة وجعل بين عيني كل إنسان منهم وبيصا من نور ثم عرضهم على آدم فقال : أي رب من هؤلاء ؟ قال : هؤلاء ذريتك فرأى رجلا منهم فأعجبه وبيص ما بين عينيه فقال : أي رب من هذا ؟ قال : هذا رجل من آخر الأمم يقال له داود قال : رب كم عمره ؟ قال : ستون سنة قال : أي رب زده من عمري أربعون سنة فلما انقضى عمر آدم جاء ملك الموت قال : أو لم يبق من عمري أربعون سنة ؟ قال : أو لم تعطها ابنك داود ؟ قال فجحد فجحدت ذريته ونسي آدم فنسيت ذريته وخطى آدم فخطيت ذريته». رواه الترمذي والحاكم وصححه الألباني.

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Toen Allaah Aadam geschapen heeft, veegde Hij over zijn rug. Vervolgens viel uit zijn rug elke persoon die Hij in zijn nageslacht tot aan de Dag des Oordeels zal schapen, en plaatste tussen de ogen van elk mens onder hen, een stippel van licht. Vervolgens toonde Hij hen aan Aadam. (Aadam) zei: “O mijn Heer, wie zijn deze? Hij (Allaah) zei: “Dit zijn jou nageslachten.” Toen zag hij (Aadam) een man onder hen waarvan hij de stippel licht die tussen zijn ogen was, mooi vond, en zei: “O mijn Heer, wie is dat?” Hij (Allaah) zei: “Dat is een man van één van de laatste volkeren die Daawoed wordt genoemd.” Hij (Aadam) zei: “O mijn Heer, hoe oud wordt hij?” Hij (Allaah) zei: “Zestig jaar.” Hij (Aadam) zei: “O mijn Heer, verleng voor hem (zijn leeftijd) met veertig jaar uit mijn leeftijd.” Toen de leeftijd van Aadam verliep, kwam de Engel des Doods (naar hem). Aadam zei toen: “Is er niet nog veertig jaar van mijn leeftijd over?” (De Engel) zei: “Heb je het niet aan je zoon Daawoed gegeven?” (Allaah) zei: “Voorwaar, Aadam ontkende, en zo ontkenden zijn nageslachten, en Aadam vergat, en zo vergaten zijn nageslachten, en Aadam maakte een fout en zo maakten zijn nageslachten een fout.”»  En 3abdu-llaah ibn 3amr radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: «“En (gedenkt) toen jouw Heer het nageslacht van de kinderen van Aadam uit hun lendenen nam.” Hij zei: “Hij nam uit zijn rug zoals men met de kam over het haar gaat en liet hen over henzelf getuigen: “Ben ik niet jullie Heer? ” Zij zeiden: “Jazeker! ” De engelen zeiden toen: “Wij getuigen dat jullie op de dag van de opstanding zullen zeggen: “Wij waren hieromtrent achtelozen.”» ((Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Ttabarie en ibn Kathier en sahieh verklaard door imaam al-Albaanie (zie a-Ssilsilah a-Ssahiehah: 1623).))

Het vers en de drie ahaadieth bewijzen dat de mens voor deze schepping al eerder geschapen is. Ook bewijzen ze dat de gehele mensheid de getuigenis bij Allaah heeft afgelegd en dat Hij de Enige Heer is Die het verdient aanbeden te worden. Dit betekent dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa ons niet zonder een doel heeft geschapen. Integendeel, het doel waarvoor wij geschapen zijn is zeer belangrijk en verheven. Daarom heeft Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa een verdrag getekend.

Dit verdrag heeft Allaah met de mensheid getekend, zodat ze geen excuus meer in het hiernamaals zullen hebben. Overigens zullen de ongelovigen in het hiernamaals dit verdrag verloochenen, maar de engelen zullen dan getuigen dat zij dit verdrag met Allaah getekend hebben.

Ook is dit verdrag een barmhartigheid die Allaah de mensheid gegund heeft. Door dit verdrag wordt elk mens met de natuurlijke aanleg voor monotheïsme geboren, wat overigens het tweede verdrag is.

Tevens heeft Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa een extra verdrag getekend met degenen die hij tot boodschappers en profeten heeft verkozen. Zij hebben hem moeten beloven dat zij Zijn boodschap volledig aan hun volkeren zullen overbrengen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt hierover: ﴿ وَإِذْ أَخَذْنَا مِنَ النَّبِيِّينَ مِيثَاقَهُمْ وَمِنْكَ وَمِنْ نُوحٍ وَإِبْرَاهِيمَ وَمُوسَى وَعِيسَى ابْنِ مَرْيَمَ وَأَخَذْنَا مِنْهُمْ مِيثَاقاً غَلِيظاً ﴾ (الأحزاب:7) “En (gedenk) toen Wij met de profeten hun verbond aangingen en met jou (O Muhammed), en met Noeh en Ibraahiem en Moesaa en 3iesaa, de zoon van Maryam. En Wij gingen met hen een plechtig verbond aan.” (Aayah: 33/7). عن أبي بن كعب في قول الله عز وجل ( وإذ أخذ ربك من بني آدم من ظهورهم ذرياتهم وأشهدهم على أنفسهم ) الآية قال جمعهم فجعلهم أرواحا ثم صورهم فاستنطقهم فتكلموا ثم أخذ عليهم العهد والميثاق وأشهدهم على أنفسهم ألست بربكم قال فإني أشهد عليكم السموات السبع والأرضين السبع وأشهد عليكم أباكم آدم عليه السلام أن تقولوا يوم القيامة لم نعلم بهذا اعلموا أنه لا إله غيري ولا رب غيري فلا تشركوا بي شيئا وإني سأرسل إليكم رسلي يذكرونكم عهدي وميثاقي وأنزل عليكم كتبي قالوا شهدنا بأنك ربنا وإلهنا لا رب لنا غيرك فأقروا بذلك ورفع عليهم آدم ينظر إليهم فرأى الغني والفقير وحسن الصورة ودون ذلك فقال رب لولا سويت بين عبادك قال إني أحببت أن أشكر ورأى الأنبياء فيهم مثل السرج عليهم النور خصوا بميثاق آخر في الرسالة والنبوة وهو قوله تعالى ( وإذ أخذنا من النبيين ميثاقهم ) إلى قوله ( عيسى ابن مريم ) كان في تلك الأرواح فأرسله إلى مريم فحدث عن أبي أنه دخل من فيها . رواه أحمد وصححه الألباني Het tweede verdrag: Het verdrag van (al-fitrah), oftewel de natuurlijke aanleg voor het monotheïsme. Elk mens wordt namelijk geboren met een natuurlijke aanleg waarmee hij gemakkelijk het monotheïsme kan accepteren. Dat komt doordat hij bij zijn eerste schepping getuigd heeft dat Allaah zijn Enige Heer is. Ook dit verdrag is uit barmhartigheid van Allaah de mensen gegund, en ook dit verdrag zal als bewijs voor de mensheid dienen, zodat zij in het hiernamaals geen excuus zullen hebben, dat zij nergens van wisten. Tevens zullen zij geen excuus hebben wat betreft het kunnen uitvoeren van hetgeen hen bevolen is. عن أبي هريرة رضي الله عنه قال : قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : »كل مولود يولد على الفطرة فأبواه يهودانه أو ينصرانه أو يمجسانه «. رواه الترمذي وأبي داوو وصححه الألباني. Aboe Hurayrah heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Voorwaar, elk geboren kind wordt met de natuurlijke aanleg (al-fitrah) geboren. Voorwaar, zijn ouders (maken van hem) een Jood, of een Christen, of een vuuraanbidder (Madjoesie).”»[5] Zo zal elk kind dat geboren wordt, als monotheïst geboren worden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt: ﴿ فَأَقِمْ وَجْهَكَ لِلدِّينِ حَنِيفاً فِطْرَتَ اللَّهِ الَّتِي فَطَرَ النَّاسَ عَلَيْهَا لا تَبْدِيلَ لِخَلْقِ اللَّهِ ذَلِكَ الدِّينُ الْقَيِّمُ وَلَكِنَّ أَكْثَرَ النَّاسِ لا يَعْلَمُونَ ﴾ (الروم:30) “Wend dan jouw aangezicht (o Muhammed) naar de godsdienst als een Hanief[6]. (Volg) de natuurlijke aanleg, die Allaah in de mens geschapen heeft. Er is geen verandering in de schepping van Allaah. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet.”(Aayah: 30/30). عن عياض بن حمار المجاشعي » أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال ذات يوم في خطبته فيما يرويه عن ربه : “إني خلقت عبادي حنفاء كلهم وإنهم أتتهم الشياطين فاجتالتهم « رواه مسلم – أي استخفتهم فجالو معهم في الضلال يقال : جال واجتال : إذا ذهب وجاء منه الجولان في الحرب ( نهايه ) 3iyaad ibn Himaar al-Mudjaashi3ie heeft verhaald: «dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam op een dag in zijn preek zei, van wat hij van zijn Heer verhaalt: “Voorwaar, Ik heb al Mijn dienaren als Hunafaa’ geschapen, voorwaar, de satans naderden tot hen en namen hen mee.”»[7] Deze ahaadieth en vers bewijzen dat elk geboren kind als moslim geboren wordt, en de natuurlijke aanleg heeft voor het monotheïsme. Echter betekent het niet dat men bij zijn geboorte al weet dat hij Allaah moet aanbidden en op welke manier hij Hem moet aanbidden, of zich iets van zijn vorige schepping kan herinneren. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt namelijk: ﴿وَاللَّهُ أَخْرَجَكُمْ مِنْ بُطُونِ أُمَّهَاتِكُمْ لا تَعْلَمُونَ شَيْئاً وَجَعَلَ لَكُمُ السَّمْعَ وَالْأَبْصَارَ وَالْأَفْئِدَةَ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ ﴾ (النحل:78) “En Hij heeft jullie uit de buiken van jullie moeders voortgebracht terwijl jullie niets weten. En Hij gaf jullie het gehoor en het zien en de harten. Opdat jullie dankbaarheid zullen tonen.” (Aayah: 16/78). Het derde verdrag: Het derde verdrag dat Allaah met de mensheid heeft getekend, en waardoor zij in het hiernamaals geen excuus meer zullen hebben, is dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa boodschappers en profeten met een boodschap naar hen heeft gestuurd. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt: ﴿)رُسُلاً مُبَشِّرِينَ وَمُنْذِرِينَ لِئَلَّا يَكُونَ لِلنَّاسِ عَلَى اللَّهِ حُجَّةٌ بَعْدَ الرُّسُلِ وَكَانَ اللَّهُ عَزِيزاً حَكِيماً﴾ (النساء: من الآية: 165) “Wij zonden boodschappers als brengers van verheugende tijdingen en als waarschuwers, opdat de mens geen excuus tegenover Allaah zou hebben na de boodschappers. En Allaah is Almachtig, de Alwijze.” (Aayah: 4/165). Als dit verdrag een persoon bereikt terwijl hij nog de zuivere natuurlijke aanleg heeft, zal hij dit verdrag accepteren en zal hij standvastigheid hebben in zijn godsdienst, en zal zijn Geloof vermeerderen. Maar als dit verdrag hem bereikt terwijl hij door de satans is veranderd, zal het heel moeilijk worden dit verdrag te accepteren. En wie dit verdrag verloochent, hem zal het eerste verdrag niets baten. Echter, als dit verdrag een persoon niet bereikt, en hij zeer jong sterft als een kind van een moslim -voordat hij de periode bereikt waarin hij voor zijn daden verantwoordelijk wordt gesteld[8]- zal hij zijn ouders volgen, maar als hij een kind van een ongelovige is, dan is Allaah Degene Die weet wat zij zouden doen als zij verder geleefd hadden. عن أبي هريرة وابن عباس رضي الله عنهم عن النبي صلى الله عليه وسلم لما سئل عن أطفال المشركين قال : » الله أعلم بما كانوا عاملين« . متفق عليه Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam toen hij over de kinderen van de veelgodenaanbidders gevraagd werd, zei: «“Allaah is Alwetend over hetgeen zij zouden doen (als ze verder geleefd hadden).”»[9] “En Zijn boodschappers naar hen gestuurd heeft, en Zijn boeken naar hen neergezonden heeft, en waarvoor Hij het wereldse en het hiernamaals en het paradijs en het hellevuur heeft geschapen en de verwezenlijking (al-Haaqqah)[10] waargemaakt wordt en de Dag der Opstanding zal aanbreken” Zo heeft Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa de boodschappers en profeten en met hen de boeken voor hetzelfde doel gestuurd. En voor hetzelfde doel heeft Hij het wereldse met alles wat zich daarin bevindt geschapen, en het hiernamaals met alles wat daarin plaats zal vinden geschapen, en voor hetzelfde doel zal de Dag der Opstanding aanbreken. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt: ﴿وَمَا خَلَقْنَا السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا إِلَّا بِالْحَقِّ وَإِنَّ السَّاعَةَ لَآتِيَةٌ فَاصْفَحِ الصَّفْحَ الْجَمِيلَ﴾ (الحجر:85) “En Wij hebben de hemelen en de aarde en wat ertussen is niet geschapen behalve met de waarheid. En voorwaar, het Uur zal komen, geeft daarom een passende kwijtschelding.” (Aayah: 15/85). Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook: ﴿يَا أَيُّهَا النَّاسُ اتَّقُوا رَبَّكُمْ إِنَّ زَلْزَلَةَ السَّاعَةِ شَيْءٌ عَظِيمٌ﴾ (الحج:1) “O mensen, vreest jullie Heer. Voorwaar, de beving van het Uur zal een geweldige zaak zijn.” (Aayah: 22/1). Ook heeft Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa het paradijs en het hellevuur voor hetzelfde geweldige en verheven doel geschapen. عن أبي هريرة أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: »لما خلق الله الجنة قال لجبريل اذهب فانظر إليها فذهب فنظر إليها ثم جاء فقال أي رب وعزتك لا يسمع بها أحد إلا دخلها ثم حفها بالمكاره ثم قال يا جبريل اذهب فانظر إليها فذهب فنظر إليها ثم جاء فقال أي رب وعزتك لقد خشيت أن لا يدخلها أحد قال فلما خلق الله النار قال يا جبريل اذهب فانظر إليها فذهب فنظر إليها ثم جاء فقال أي رب وعزتك لا يسمع بها أحد فيدخلها فحفها بالشهوات ثم قال يا جبريل اذهب فانظر إليها فذهب فنظر إليها ثم جاء فقال أي رب وعزتك لقد خشيت أن لا يبقى أحد إلا دخلها«. رواه الترمذي وأبي داوود وصححه الألباني. Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Voorwaar, toen Allaah het paradijs schiep, zei Hij tegen Djibriel: “Ga haar bezichtigen.” (Djibriel) ging haar bezichtigen. Vervolgens kwam hij (terug bij Allaah) en zei: “O mijn Heer, bij Uw eer, iedereen die van haar zal horen zal haar binnentreden.” Vervolgens omsingelde (Allaah) het (paradijs) met onaangenaamheden. Vervolgens zei (Allaah): “O Djibriel ga haar bezichtigen!” Djibriel ging haar bezichtigen. Vervolgens kwam hij (terug bij Allaah) en zei: “O mijn Heer, bij Uw eer, ik ben bang dat niemand haar binnen zal treden.” En toen Allaah het hellevuur schiep zei Hij tegen Djibriel: “Ga haar bezichtigen.” (Djibriel) ging het bezichtigen. Vervolgens kwam hij (terug naar Allaah) en zei: “O mijn Heer, bij Uw eer, het kan niet zijn dat iemand van haar hoort en haar binnen treedt.” Vervolgens omsingelde (Allaah) het (hellevuur) met aangenaamheden. Vervolgens zei (Allaah): “O Djibriel ga haar bezichtigen!” Djibriel ging haar bezichtigen. Vervolgens kwam hij (terug naar Allaah) en zei: “O mijn Heer, bij Uw eer, ik ben bang dat iedereen haar binnen zal treden.”»[11] “En waarvoor de weegschaal (mawaazien in meervoud) opgezet wordt” Zo zal Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa in het hiernamaals ook voor hetzelfde doel de daden van de mensen wegen door middel van een weegschaal. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt: ﴿وَنَضَعُ الْمَوَازِينَ الْقِسْطَ لِيَوْمِ الْقِيَامَةِ فَلا تُظْلَمُ نَفْسٌ شَيْئاً وَإِنْ كَانَ مِثْقَالَ حَبَّةٍ مِنْ خَرْدَلٍ أَتَيْنَا بِهَا وَكَفَى بِنَا حَاسِبِينَ﴾ (الانبياء:47) “En voorwaar, wij zullen betrouwbare weegschalen opstellen op de Dag der Opstanding, zodat geen ziel iets van onrecht aangedaan wordt. En al gaat het om het gewicht van een mosterdzaadje: Wij zullen het naar voren brengen. En Wij zijn voldoende als berekenaars”. (Aayah: 21/47). Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa noemt in dit vers de weegschalen in meervoud, omdat er namelijk meerdere soorten daden van de mens gewogen zullen worden. Zo zullen de daden van het hart, het lopen, het spreken, het kijken, het aanraken en andere soorten daden elk apart gewogen worden. Het is slechts één weegschaal waarmee de daden gewogen zullen worden. عن أبي هريرة أن النبي صلى الله عليه وسلم قال: »كلمتان خفيفتان على اللسان ثقيلتان في الميزان حبيبتان إلى الرحمن سبحان الله وبحمده سبحان الله العظي «. متفق عليه Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Voorwaar, twee woorden zijn licht voor de tong, zwaar in de weegschaal en geliefd bij de Barmhartige: “Subhaana-llaahi wa-bihamdihi subhaana-llaahi-l-3adhiem”, “Heilig is Allaah en alle lof zij Hem, en Heilig is Allaah de Geweldige.”»[12] Deze hadieth is een duidelijk bewijs dat het maar één weegschaal is. Dit onderwerp zal nader in het boek in detail behandeld worden. “En de boeken rondverspreid worden.” Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zal nadat de daden gewogen worden, elk mens zijn boek waarin zijn daden geschreven staan, in zijn hand drukken. Vandaar dat in het hiernamaals de boeken verspreid worden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt: ﴿وَإِذَا الصُّحُفُ نُشِرَتْ ﴾ (التكوير:10) “En wanneer de bladen opengeslagen worden.” (Aayah: 81/10). “In deze zaak bevindt zich het geluk en het ongeluk.” Zo zal degene die naar dit doel streeft en volgens dit doel werkt, het geluk in zijn leven en in het hiernamaals vinden. Maar degene die dat niet doet, zal in zijn leven verderf zaaien en zichzelf naar vernietiging leiden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt: ﴿ وَمَنْ أَعْرَضَ عَنْ ذِكْرِي فَإِنَّ لَهُ مَعِيشَةً ضَنْكاً وَنَحْشُرُهُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ أَعْمَى ﴾ (طـه:124) “En hij die zich afwendt van Mijn vermaning: voorwaar, er zal voor hem een benauwd leven zijn. En Wij zullen hem verzamelen op de Dag der Opstanding, in blinde toestand.” (Aayah: 20/124). Het geluk en het ongeluk van de mens worden, zoals de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft, alvorens hij geboren wordt voor hem geschreven. In zijn leven zal hij in zijn daden ernaar geleid worden.[13] Aboe 3abdu-Rrahmaan 3abdu-llaah ibn Mas3oed radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam berichtte ons, en voorwaar, hij is de waarachtige, de geloofwaardige: «“Voorzeker, de schepping van eenieder onder jullie wordt bijeen gebracht, in de buik van zijn moeder veertig dagen tot een nutfah (waterdruppel). Vervolgens wordt het gelijkdurig een 3alaqah (bloedklonter). Vervolgens wordt het gelijkdurig een mudghah (vleesklomp). Vervolgens wordt naar hem de engel gestuurd die zijn ziel in hem blaast, en vier woorden wordt bevolen, (namelijk): het schrijven van zijn voorziening, zijn sterftijd, zijn daden en of hij gelukkig of ongelukkig is. Voorwaar, bij Degene naast Wie geen god is, iemand onder jullie zal de werken van de paradijsbewoners verrichten, totdat er slechts een el tussen hem en het paradijs is. Dan is het Boek [Allaah’s bevel] [14] hem vóór, en pleegt hij de werken van de helbewoners, en treedt het hellevuur in. En iemand onder jullie zal de werken van de helbewoners verrichten, totdat er slechts een el tussen hem en het hellevuur is. Dan is het Boek [Allaah’s bevel] hem vóór, en pleegt hij de werken van de paradijsbewoners, en treedt het paradijs in.”»[15] “En naar deze zaak zal het licht verdeeld worden. En wie Allaah geen licht geeft, voorzeker, voor hem is er geen licht.” Dit betekent dat hoe meer men naar dit doel leeft, des te meer licht men in zijn leven krijgt. Licht krijgt men door kennis te nemen van dit doel. Hoe meer men kennis neemt van dit doel, des te meer men bewust is van zijn leven, en des te meer men naar zijn doel kan leven. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt: ﴿يَهْدِي بِهِ اللَّهُ مَنِ اتَّبَعَ رِضْوَانَهُ سُبُلَ السَّلامِ وَيُخْرِجُهُمْ مِنَ الظُّلُمَاتِ إِلَى النُّورِ بِإِذْنِهِ وَيَهْدِيهِمْ إِلَى صِرَاطٍ مُسْتَقِيمٍ ﴾ (المائدة:16) “Allaah leidt hen ermee die Zijn welbehagen zoeken naar wegen van vrede, en Hij brengt hen vanuit de duisternissen naar het licht, met Zijn verlof, en Hij leidt hen naar een rechte pad.” (Aayah: 5/16). ‘Noer’ betekent in het Arabisch: licht in de duisternis. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa geeft daar een voorbeeld van. Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt: ﴿وَجَعَلَ الْقَمَرَ فِيهِنَّ نُوراً وَجَعَلَ الشَّمْسَ سِرَاجاً﴾ (نوح:16) “En Hij heeft daarin de maan geplaatst als een licht en de zon als een lamp.”(Aayah: 71/16). Ook zegt Hij: ﴿تَبَارَكَ الَّذِي جَعَلَ فِي السَّمَاءِ بُرُوجاً وَجَعَلَ فِيهَا سِرَاجاً وَقَمَراً مُنِيرا﴾ (الفرقان:61) “Gezegend is Degene Die de sterrenstelsels in de hemel heeft gemaakt en daarin een lamp (de zon) en een verlichtende maan heeft geplaatst.”(Aayah: 25/61). Wanneer we weten dat in het doel waarvoor wij geschapen zijn zich het licht in de duisternis bevindt, weten we dat we in duisternis en verlies leven wanneer we niet naar dat doel leven. Dit bewijst ook het vers dat eerder is geweest. Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa: ﴿أَوْ كَظُلُمَاتٍ فِي بَحْرٍ لُجِّيٍّ يَغْشَاهُ مَوْجٌ مِنْ فَوْقِهِ مَوْجٌ مِنْ فَوْقِهِ سَحَابٌ ظُلُمَاتٌ بَعْضُهَا فَوْقَ بَعْضٍ إِذَا أَخْرَجَ يَدَهُ لَمْ يَكَدْ يَرَاهَا وَمَنْ لَمْ يَجْعَلِ اللَّهُ لَهُ نُوراً فَمَا لَهُ مِنْ نُورٍ ﴾(النور:40) “Of (de toestand van de ongelovige is) als de donkerten in de diepe zee, bedekt door golf op golf, waarop wolken zijn: donkerten boven op elkaar. Wanneer iemand zijn hand uitstrekt kan hij die bijna niet zien. En aan wie Allaah geen licht geeft: voor hem is er geen licht.” (Aayah: 24/40). Maar degenen die Allaah wil leiden, hen zal het licht van Allaah treffen. En met Zijn licht zullen zij hun leven gelukkig en juist doorbrengen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt: ﴿اللَّهُ نُورُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ مَثَلُ نُورِهِ كَمِشْكَاةٍ فِيهَا مِصْبَاحٌ الْمِصْبَاحُ فِي زُجَاجَةٍ الزُّجَاجَةُ كَأَنَّهَا كَوْكَبٌ دُرِّيٌّ يُوقَدُ مِنْ شَجَرَةٍ مُبَارَكَةٍ زَيْتُونَةٍ لا شَرْقِيَّةٍ وَلا غَرْبِيَّةٍ يَكَادُ زَيْتُهَا يُضِيءُ وَلَوْ لَمْ تَمْسَسْهُ نَارٌ نُورٌ عَلَى نُورٍ يَهْدِي اللَّهُ لِنُورِهِ مَنْ يَشَاءُ وَيَضْرِبُ اللَّهُ الْأَمْثَالَ لِلنَّاسِ وَاللَّهُ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ ﴾ (النور:35) “Allaah geeft het licht aan de hemelen en de aarde. De gelijkenis van Zijn licht is met een nis[16] met een lamp erin: de lamp bevindt zich in een glas. Het glas is als een stralende ster, die brandt (van de olie) van een gezegende olijfboom, die niet van het Westen en niet van het Oosten[17] is. Haar olie verlicht, hoewel zij (nog) niet door het vuur aangeraakt is. Licht op licht. Allaah leidt naar Zijn licht wie Hij wil. En Allaah maakt gelijkenissen voor de mensen. En Allaah is Alwetend over alle zaken.” (Aayah: 24/35). عن عَبْدَ اللَّهِ بْنَ عَمْرٍو قال: سَمِعْتُ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَقُولُ: »إِنَّ اللَّهَ عَزَّ وَجَلَّ خَلَقَ خَلْقَهُ فِي ظُلْمَةٍ فَأَلْقَى عَلَيْهِمْ مِنْ نُورِهِ فَمَنْ أَصَابَهُ مِنْ ذَلِكَ النُّورِ اهْتَدَى وَمَنْ أَخْطَأَهُ ضَلَّ فَلِذَلِكَ أَقُولُ جَفَّ الْقَلَمُ عَلَى عِلْمِ اللَّهِ« رواه أحمد و الترمذي وصححه الألباني 3abdu-llaah ibn 3amr radiya-llaahu 3anhumaa heeft gezegd dat hij de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft horen zeggen: «“Voorzeker, Allaah heeft Zijn schepselen in duisternis geschapen. Vervolgens strooide Hij wat van Zijn licht over hen. Voorwaar, al wie wat wordt getroffen door dat licht, voorwaar, hij wordt geleid, maar al wie niet wordt getroffen door het (licht), voorwaar, hij wordt misleid. Daarom zeg ik: (de inkt van de) pen is gedroogd wat betreft de kennis van Allaah.”»[18] Zo komen we tot de conclusie dat alles wat Allaah heeft geschapen voor maar één doel is geschapen, namelijk een geweldig en verheven doel. Zo geweldig en verheven dat Allaah de gehele aanwezigheid slechts voor dit doel heeft geschapen, zoals we in de voorafgaande uitleg hebben kunnen vernemen. Maar wat is nou dit doel dat zo geweldig en verheven is?


  1. “Privilege” betekent: voorrecht, omstandigheid waardoor men begunstigd is.

 

Vraag 2: Wat is de zaak waarvoor Allaah de schepselen heeft geschapen?

Antwoord:    Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

 

 

(وَمَا خَلَقْنَا السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا لاعِبِينَ (38) مَا خَلَقْنَاهُمَا إِلَّا بِالْحَقِّ وَلَكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لا يَعْلَمُونَ﴾ (الدخان:38-39)

“-38- En Wij hebben de hemelen en de aarde en wat ertussen hen is niet als een spel geschapen. -39- Wij hebben beide niet anders dan in waarheid geschapen, maar de meeste van hen weten het niet.” (Aayah: 44/38-39).

En Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zei:

(وَمَا خَلَقْنَا السَّمَاءَ وَالْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا بَاطِلاً ذَلِكَ ظَنُّ الَّذِينَ كَفَرُوا﴾ (صّ: من الآية27)

“En Wij hebben de hemel en de aarde en wat daartussen is niet voor niets geschapen. Dat is het vermoeden van degenen die ongelovig zijn.” (Aayah: 38/27).

En Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

(وَخَلَقَ اللَّهُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ بِالْحَقِّ وَلِتُجْزَى كُلُّ نَفْسٍ بِمَا كَسَبَتْ وَهُمْ لا يُظْلَمُونَ﴾ (الجاثـية:22)

“En Allaah heeft de hemelen en de aarde in waarheid geschapen. Zodat elke ziel wordt vergolden voor wat zij heeft verricht. En zij worden niet onrechtvaardig behandeld.” (Aayah: 45/22).

 

 

En Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

 

(وَمَا خَلَقْتُ الْجِنَّ وَالْأِنْسَ إِلَّا لِيَعْبُدُونِ﴾ (الذريات:56)

“En Ik heb de djinns en de mensen slechts geschapen om Mij te aanbidden.” (Aayah: 51/56).

 

Uitleg:  Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft ons opgeroepen om Zijn schepping te bekijken en na te denken over hetgeen waarvoor Hij dit wijde heelal met alles wat zich daarin bevindt, uit het niets heeft voortgebracht. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

 

﴿إِنَّ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَاخْتِلافِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ وَالْفُلْكِ الَّتِي تَجْرِي فِي الْبَحْرِ بِمَا يَنْفَعُ النَّاسَ وَمَا أَنْزَلَ اللَّهُ مِنَ السَّمَاءِ مِنْ مَاءٍ فَأَحْيَا بِهِ الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا وَبَثَّ فِيهَا مِنْ كُلِّ دَابَّةٍ وَتَصْرِيفِ الرِّيَاحِ وَالسَّحَابِ الْمُسَخَّرِ بَيْنَ السَّمَاءِ وَالْأَرْضِ لَآياتٍ لِقَوْمٍ يَعْقِلُونَ ﴾ (البقرة:164)

“Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en de afwisseling van de nacht en de dag en de schepen die over de zee varen met wat de mensen voordeel geeft, en het water dat Allaah uit de hemel neerzendt, waarmee Hij de aarde tot leven brengt na haar dood, en dat Hij daarop allerlei dieren verspreidde, en de besturing van de winden en de wolken die tussen de hemel en de aarde dienstbaar zijn gemaakt, zijn zeker tekenen voor een volk dat verstandig is.” (Aayah: 2/164).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

 

 

﴿وَمَا خَلَقْنَا السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا لاعِبِينَ (38) مَا خَلَقْنَاهُمَا إِلَّا بِالْحَقِّ وَلَكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لا يَعْلَمُونَ﴾ (الدخان:38-39)

“-38- En Wij hebben de hemelen en de aarde en wat ertussen hen is niet als een spel geschapen. -39- Wij hebben beide niet anders dan in waarheid geschapen, maar de meeste van hen weten het niet.” (Aayah: 44/38+39).

Zo zullen slechts degenen die een zuiver verstand hebben, weten dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa dit alles niet voor niets geschapen heeft. Er moet namelijk een geweldig doel zijn waarvoor dit gehele heelal geschapen is. Tevens zullen slechts degenen die Allaah gekend hebben, weten waarvoor zij geschapen zijn. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

 

﴿إِنَّ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَاخْتِلافِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ لَآياتٍ لِأُولِي الْأَلْبَابِ (190) الَّذِينَ يَذْكُرُونَ اللَّهَ قِيَاماً وَقُعُوداً وَعَلَى جُنُوبِهِمْ وَيَتَفَكَّرُونَ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ رَبَّنَا مَا خَلَقْتَ هَذَا بَاطِلاً سُبْحَانَكَ فَقِنَا عَذَابَ النَّارِ﴾ (آل عمران:190-191)

“-190- Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in het afwisselen van de nacht en de dag zijn zeker tekenen voor bezitters van begrip. -191- Degenen die Allaah gedenken terwijl zij staan en zitten en op hun zij liggen en nadenken over de schepping van de hemelen en de aarde, (zeggend:) “Onze Heer, U heeft dit (alles) niet voor niets geschapen, glorie zij U, bescherm ons dus tegen de bestraffing van het hellevuur.” (Aayah: 3/190-191).

Maar degenen die Allaah niet gekend hebben en Hem verloochenen, zullen denken dat dit gehele heelal voor niks is geschapen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمَا خَلَقْنَا السَّمَاءَ وَالْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا بَاطِلاً ذَلِكَ ظَنُّ الَّذِينَ كَفَرُوا﴾ (صّ: من الآية27)

“En Wij hebben de hemel en de aarde en wat daartussen is niet voor niets geschapen. Dat is het vermoeden van degenen die ongelovig zijn.”(Aayah: 38/27).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft dit geweldige heelal geschapen om een hoofdreden, namelijk: slechts om Hem alleen te aanbidden. Hij is namelijk de Enige Die de gehele schepping heeft geschapen, vandaar dat alleen Hij het verdient om aanbeden te worden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمَا خَلَقْتُ الْجِنَّ وَالْأِنْسَ إِلَّا لِيَعْبُدُونِ﴾ (الذريات:56)

“En Ik heb de djinns en de mensen slechts geschapen om Mij te aanbidden.”(Aayah: 51/56).

Tevens is de mens geschapen om de goeden van de slechten onder hen te kunnen onderscheiden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿الَّذِي خَلَقَ الْمَوْتَ وَالْحَيَاةَ لِيَبْلُو َكُمْ أَيُّكُمْ أَحْسَنُ عَمَلاً وَهُوَ الْعَزِيزُ الْغَفُورُ﴾ (الملك:2)

“Degene Die de dood en het leven heeft geschapen om jullie te beproeven, (en te tonen) wie van jullie de beste daden verricht. En Hij is de Almachtige, de Vergevensgezinde.” (Aayah: 67/2).

Zo zullen de mensen ook volgens dit doel beoordeeld worden wanneer zij in het hiernamaals terechtgesteld zullen worden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَخَلَقَ اللَّهُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ بِالْحَقِّ وَلِتُجْزَى كُلُّ نَفْسٍ بِمَا كَسَبَتْ وَهُمْ لا يُظْلَمُونَ﴾ (الجاثـية:22)

“En Allaah heeft de hemelen en de aarde in waarheid geschapen. Zodat elke ziel wordt vergolden voor wat zij heeft verricht. En zij worden niet onrechtvaardig behandeld.” (Aayah: 45/22).

Vandaar dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa al Zijn dienaren oproept om slechts Hem te aanbidden, zodat zij in hun wereldse en hiernamaals zullen slagen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿يَا أَيُّهَا النَّاسُ اعْبُدُوا رَبَّكُمُ الَّذِي خَلَقَكُمْ وَالَّذِينَ مِنْ قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ (21) الَّذِي جَعَلَ لَكُمُ الْأَرْضَ فِرَاشاً وَالسَّمَاءَ بِنَاءً وَأَنْزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَخْرَجَ بِهِ مِنَ الثَّمَرَاتِ رِزْقاً لَكُمْ فَلا تَجْعَلُوا لِلَّهِ أَنْدَاداً وَأَنْتُمْ تَعْلَمُونَ﴾ (البقرة:22)

“-21- O mensen, aanbidt jullie Heer, Degene Die jullie en degenen vóór jullie heeft geschapen. Hopelijk zullen jullie (Allaah) vrezen. -22- (Aayah: 2/21-22). Degene Die de aarde voor jullie heeft gemaakt tot een tapijt en de hemel tot een gewelf en Hij zendt water uit de hemel neer, waarmee Hij vervolgens vruchten voortbrengt als voorziening voor jullie. Kent daarom geen deelgenoten toe aan Allaah, terwijl jullie (het) weten.”

En omdat de mens slechts voor dit doel is geschapen, dient de mens zich in al zijn handelingen tot dit doel te wenden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿قُلْ إِنَّ صَلاتِي وَنُسُكِي وَمَحْيَايَ وَمَمَاتِي لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ﴾ (الأنعام:162)

“Zeg (o Muhammed): “Voorzeker, mijn gebed en mijn slachting en mijn leven en mijn sterven, zijn opgedragen aan Allaah de Heer der werelden.” (Aayah: 6/62).

Zo mag de mens niets en niemand naast Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa aanbidden.

عن أنس بن مالك رضي الله عنه عن النبي صلى الله عليه وسلم قال : » يقال للرجل من أهل النار يوم القيامة : أرأيت لو كان لك ما على الأرض من شيء أكنت مفتديا به ؟ قال : فيقول : نعم قال : فيقول : قد أردت منك أهون من ذلك قد أخذت عليك في ظهر آدم أن لا تشرك بي شيئا فأبيت إلا أن تشرك بي شيئا«. متفق عليه

Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Er wordt tegen een man van de bewoners van de hel gezegd: “Indien je al hetgeen zich op aarde bevindt bezit, zou je het dan opgeven (om uit de hel te treden)?” Hij zegt: “Ja!” (Allaah) zegt: “Ik heb jou om een lichtere zaak gevraagd. Jij hebt Me in de rug van Aadam beloofd, dat je niets als deelgenoot aan Mij zal toekennen, maar toch heb je een deelgenoot aan Mij toegekend.”»[1]

Vraag 3: Wat betekent de dienaar (al-3abd)?

Antwoord:Wanneer men met de dienaar (al-3abd) bedoelt: degene die onderworpen is aan de wil van Allaah, dan omvat het in die betekenis alle scheppingen, waaronder de bovenwerelden, de lage werelden, en schepsels met en zonder verstand. Ook omvat het het vloeibare en het vaste, het beweeglijke, het starre, het zichtbare en het verborgene, gelovigen en ongelovigen, goede en slechte (mensen), en anderen. Alles is de schepping van Allaah en valt onder het heersen, de afhankelijkheid en het beheer van Allaah. En een ieder doorloopt zijn bepaalde tijd die nooit overschreden kan worden, zelfs niet ter grootte van een mosterdzaadje. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿ذَلِكَ تَقْدِيرُ الْعَزِيزِ الْعَلِيمِ﴾ (يّـس: من الآية38)

“Dat is de verordening van de Almachtige, de Alwijze” (Aayah: 36/38).

 

En wanneer men bedoelt: degene die Allaah aanbidt en lief heeft en zichzelf aan (Hem) onderwerpt, worden daarmee slechts de gelovigen gespecificeerd, degenen die Zijn gezegende dienaren zijn, en Zijn geliefden en Zijn vrezende dienaren die geen angst zullen krijgen en niet verdrietig zullen worden.

 

Uitleg: Al-3abd (de dienaar) bestaat uit twee verschillende soorten, te weten:

 

De eerste soort: (Al-Mudhallal), dat is degene die onderworpen wordt aan de wil van zijn Schepper, namelijk, Allaah de Almachtige en Geweldige Schepper. Hieronder valt de gehele schepping van Allaah.

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft -zoals we bij de eerste vraag hebben behandeld- de gehele schepping uit het niets geschapen. Allaah de Alwetende en Almachtige heeft deze schepping met Zijn kennis en macht geschapen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿قُلْ أَإِنَّكُمْ لَتَكْفُرُونَ بِالَّذِي خَلَقَ الْأَرْضَ فِي يَوْمَيْنِ وَتَجْعَلُونَ لَهُ أَنْدَاداً ذَلِكَ رَبُّ الْعَالَمِينَ (9) وَجَعَلَ فِيهَا رَوَاسِيَ مِنْ فَوْقِهَا وَبَارَكَ فِيهَا وَقَدَّرَ فِيهَا أَقْوَاتَهَا فِي أَرْبَعَةِ أَيَّامٍ سَوَاءً لِلسَّائِلِينَ (10) ثُمَّ اسْتَوَى إِلَى السَّمَاءِ وَهِيَ دُخَانٌ فَقَالَ لَهَا وَلِلْأَرْضِ ائْتِيَا طَوْعاً أَوْ كَرْهاً قَالَتَا أَتَيْنَا طَائِعِينَ (11) فَقَضَاهُنَّ سَبْعَ سَمَاوَاتٍ فِي يَوْمَيْنِ وَأَوْحَى فِي كُلِّ سَمَاءٍ أَمْرَهَا وَزَيَّنَّا السَّمَاءَ الدُّنْيَا بِمَصَابِيحَ وَحِفْظاً ذَلِكَ تَقْدِيرُ الْعَزِيزِ الْعَلِيمِ﴾ (فصلت: 9-12)

“-9- Zeg (o Muhammed): ” Jullie geloven zeker niet in Hem, Die de aarde in twee dagen (perioden) heeft geschapen? En kennen jullie Hem deelgenoten toe? Dat is de Heer der werelden!” -10- En Hij maakte bergen op haar en Hij zegende haar en Hij bepaalde de maat (van alle voorzieningen) in vier dagen (perioden), voor de vragenden. -11- Daarna wendde Hij zich tot de hemel die een nevel was en Hij zei tot haar en tot de aarde: “Komt tot Ons, gewillig of ongewillig.” Zij (de hemelen en de aarde) zeiden: “Wij zijn gewillig gekomen.” -12- En Hij vervolmaakte hen, de zeven hemelen, in twee dagen (perioden) en Hij openbaarde in alle hemelen hun beschikking. En Wij versierden de nabije hemel met sterren, als een bescherming (tegen de satan). Dat is de verordening van de Almachtige, de Alwetende.” (Aayah: 41/9-12).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft dus het gehele heelal geschapen, vandaar dat het gehele heelal slechts aan Zijn wil onderworpen is. Hij de Alwetende en Alwijze is Degene Die alles wat in dit heelal gebeurt bepaalt, en niets gebeurt zonder Zijn toestemming en wil. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَعِنْدَهُ مَفَاتِحُ الْغَيْبِ لا يَعْلَمُهَا إِلَّا هُوَ وَيَعْلَمُ مَا فِي الْبَرِّ وَالْبَحْرِ وَمَا تَسْقُطُ مِنْ وَرَقَةٍ إِلَّا يَعْلَمُهَا وَلا حَبَّةٍ فِي ظُلُمَاتِ الْأَرْضِ وَلا رَطْبٍ وَلا يَابِسٍ إِلَّا فِي كِتَابٍ مُبِينٍ﴾ (الأنعام:59(

“Hij bezit de schatten van het onwaarneembare en niemand kent die, behalve Hij. Hij weet wat er op de aarde is en in de zee; en er valt nog geen blad of Hij weet ervan; en er is geen graankorrel in de duisternissen van de aarde; en niets vers en niets droogs, of het is in een duidelijk boek.”(Aayah: 6/59).

 

Hij de Alwetende de Alwijze zegt ook:

 

﴿وَمَا مِنْ دَابَّةٍ فِي الْأَرْضِ إِلَّا عَلَى اللَّهِ رِزْقُهَا وَيَعْلَمُ مُسْتَقَرَّهَا وَمُسْتَوْدَعَهَا كُلٌّ فِي كِتَابٍ مُبِينٍ﴾ (هود:6)

“En er is geen levend wezen (Daabbah) op aarde, of aan Allaah is het onderhoud ervan. En Hij kent de verblijfplaats en de bewaarplaats ervan. Alles is vastgesteld in een duidelijk boek.” (Aayah: 11/6).

 

Als we dit beseffen, weten we dat de gehele schepping van Allaah onder Zijn toezicht staat. Ook is de gehele schepping van Hem afhankelijk. Niets in de aanwezigheid kan zonder Zijn hulp en steun. Vandaar dat de gehele aanwezigheid zich aan Hem overgegeven heeft. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿أَفَغَيْرَ دِينِ اللَّهِ يَبْغُونَ وَلَهُ أَسْلَمَ مَنْ فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ طَوْعاً وَكَرْهاً وَإِلَيْهِ يُرْجَعُونَ﴾ (آل عمران:83)

“Zouden zij een andere godsdienst dan die van Allaah zoeken, terwijl degenen die in de hemelen en op de aarde zijn zich gewillig en ongewillig aan Hem hebben overgegeven? En tot Hem worden zij teruggekeerd.” (Aayah: 3/83).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft ook het goede en het slechte, de gelovige en de ongelovige, de engelen en de shayaatien en de mensen en de djinns geschapen. Dat betekent dat ook de ongelovige ongewillig onderworpen is aan de wil van zijn Schepper en Voortbrenger. Ook de ongelovige is afhankelijk van zijn Schepper. Zonder Zijn wil zou hij niet eens bestaan, en zonder Zijn wil zou hij niets kunnen doen. Vandaar dat zelfs de ongelovige onder de algemene term ‘dienaar’ valt.

 

Allaah de Verhevene zegt:

 

﴿وَلِلَّهِ يَسْجُدُ مَنْ فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ طَوْعاً وَكَرْهاً وَظِلالُهُمْ بِالْغُدُوِّ وَالْآصَالِ﴾ (الرعد:15)

“En voor Allaah werpt zich neer wat zich in de hemelen en op de aarde bevindt, gewillig of ongewillig, en ook hun schaduwen in de ochtend en in de avond.” (Aayah: 13/15).

 

In dit vers vertelt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa dat alles wat zich in de hemelen en op de aarde bevindt, voor Hem neerknielt en aan Hem onderworpen is. Zo kan niets in deze aanwezigheid iets verrichten buiten de wil en toestemming van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa.

 

De tweede soort: (Al-mutadhallil), dat is degene die uit zichzelf (eigen wil), uit liefde voor Allaah en angst en ontzag jegens Hem, zichzelf aan Hem subhaanahu wa-ta3aalaa onderwerpt en Hem aanbidt. Onder deze soort vallen slechts de gelovige dienaren van Allaah, degenen die in Hem geloven en Hem gehoorzamen. Tevens zullen deze dienaren niet door de shaytaan beïnvloed en of misleid worden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa verhaalt over de uitspraak van de shaytaan:

 

﴿قَالَ رَبِّ بِمَا أَغْوَيْتَنِي لَأُزَيِّنَنَّ لَهُمْ فِي الْأَرْضِ وَلَأُغْوِيَنَّهُمْ أَجْمَعِينَ(39)إِلَّا عِبَادَكَ مِنْهُمُ الْمُخْلَصِينَ﴾(الحجر:40)

-39- Hij (Iblies) zei: “Mijn Heer, omdat U mij heeft doen dwalen, zal ik voor hen (hun slechte daden) zeker schoonschijnend maken op de aarde, en ik zal hen zeker allen doen dwalen. -40- Behalve Uw dienaren onder hen die oprecht zijn.”

(Aayah: 15/39-40).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿إِنَّ عِبَادِي لَيْسَ لَكَ عَلَيْهِمْ سُلْطَانٌ﴾ (الحجر: من الآية42)

“Voorwaar, jij hebt geen macht over Mijn dienaren.” (Aayah: 15/42).

 

Zo zullen deze dienaren, die in Allaah geloven en godsvrees hebben, geen vrees hebben bij hun dood, en zullen zij niet treuren wanneer zij op de Dag der Opstanding opgewekt worden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaazegt:

 

﴿أَلا إِنَّ أَوْلِيَاءَ اللَّهِ لا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلا هُمْ يَحْزَنُونَ (62) الَّذِينَ آمَنُوا وَكَانُوا يَتَّقُونَ﴾(يونس:63)

-62- Weet: voorzeker, er zal geen vrees over de geliefden van Allaah komen en zij zullen niet treuren.-63- Degenen die geloofden en voortdurend (Allaah) vreesden.” (Aayah: 10/62-63).

 

 

Maar…hoe kan het zijn dat een ongelovige ook onder de term ‘dienaar’ valt, terwijl hij niet hetgeen verricht wat Allaah van hem vraagt?

 

De wil van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa

 

De wil van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa bestaat uit twee soorten, te weten:

  1. al-Mashie’ah, of al-Iraadah al-Kawniyyah, de wil waarmee Allaah schept en voorbeschikt
  2. al-Iraadah, of al-Iraadah a-Shar3iyyah, de wil van de wettelijke voorschrijving

 

Al-Mashie’ah, of al-Iraadah al-Kawniyyah:

Zoals we eerder hebben vernomen is de gehele aanwezigheid onderworpen aan de wil van Allaahsubhaanahu wa-ta3aalaa. Met deze soort wil heeft Allaah de gehele aanwezigheid geschapen. De salaf[1] zeiden: “Wat Allaah wil, zal gebeuren, en wat Allaah niet wil, zal niet gebeuren.”. Met deze wil heeft Allaah de Heilige ook het goede en het slechte geschapen. Zo heeft Hij ook de daden van de mensen geschapen, de slechte en de goede daden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿وَاللَّهُ خَلَقَكُمْ وَمَا تَعْمَلُونَ ﴾(الصافات:96)

“Terwijl Allaah jullie heeft geschapen en wat jullie doen.” (Aayah: 37/96).

 

عن حذيفة بن اليمان أن الرسول صلى الله عليه وسلم قال: »إن الله يصنع كل صانع وصنعته «. رواه البخاري في أفعال العباد، والحاكم والديلمي وصححه الألباني.

Hudhayfah ibn al-Yamaan radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft:«“Voorzeker, Allaah schept elke maker, en hetgeen hij maakt”.»[2]

 

Zo heeft Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa dus gewild dat de ongelovige ongelovig wordt en de gelovige gelovig wordt. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿هُوَ الَّذِي خَلَقَكُمْ فَمِنْكُمْ كَافِرٌ وَمِنْكُمْ مُؤْمِنٌ وَاللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ﴾(التغابن:2)

” Hij is Degene Die jullie geschapen heeft, en onder jullie zijn er ongelovigen en onder jullie zijn er gelovigen. En Allaah is Alziende over wat jullie doen.”

(Aayah: 64/2).

 

Maar hoe kan het zijn dat Allaah de daden van de mens geschapen heeft terwijl de mens duidelijk zelf keuzes maakt in zijn leven?

De mens heeft namelijk van zijn Schepper de mogelijkheid gekregen om zelf keuzes te maken. Zo zal de mens naar zijn keuzes beoordeeld worden.

Wanneer de mens ervoor kiest om goede daden te verrichten, heeft Allaah de Heilige hem daartoe geleid, maar als Allaah de leiding niet voor hem geschreven heeft, zal hij niet daartoe geleid worden. De wil van de mens is namelijk óók aan de wil van Allaah (al-Mashie’ah) onderworpen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمَا تَشَاءُونَ إِلَّا أَنْ يَشَاءَ اللَّهُ إِنَّ اللَّهَ كَانَ عَلِيماً حَكِيماً ﴾(الانسان:30)

“En jullie zullen het niet willen, behalve als Allaah het wil: voorwaar, Allaah is Alwetend, Alwijs.” (Aayah: 76/30).

عن عمران بن حصين قال: »قيل لرسول الله صلى الله عليه وسلم يا رسول الله أعلم أهل الجنة من أهل النار قال نعم قال ففيم يعمل العاملون قال كل ميسر لما خلق له «. رواه أبو داوود وصححه الألباني.

3umraan ibn Husayn radiya-llaahu 3anhu heeft gezegd: «“Er werd tegen de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem gezegd: “O Boodschapper van Allaah, is het al bekend wie naar het paradijs gaan en wie naar het hellevuur gaan?” Hij zei: “Ja!” Zij zeiden: “Waarvoor zouden de (mensen) dan moeten werken?” Hij zei: “Iedereen wordt geleid naar waar hij voor geschapen is (zijn lot).”»[3]

 

In deze hadieth maakt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam duidelijk dat elk mens in zijn keuzes geleid wordt naar hetgeen Allaah voor hem gewild heeft.

Zo zal slechts degene die Allaah wil leiden, geleid worden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿وَلَوْ أَنَّنَا نَزَّلْنَا إِلَيْهِمُ الْمَلائِكَةَ وَكَلَّمَهُمُ الْمَوْتَى وَحَشَرْنَا عَلَيْهِمْ كُلَّ شَيْءٍ قُبُلاً مَا كَانُوا لِيُؤْمِنُوا إِلَّا أَنْ يَشَاءَ اللَّهُ وَلَكِنَّ أَكْثَرَهُمْ يَجْهَلُونَ﴾(الأنعام:111)

“En al zouden Wij Engelen tot hen neergezonden hebben en zouden de doden tot hen gesproken hebben en zouden Wij alle zaken (die Muhammed‘s profeetschap bewijzen) vóór hen verzameld hebben, dan nog zouden zij niet geloven, tenzij Allaah het wilde, maar de meeste van hen zijn onwetend.” (Aayah: 6/111).

Al-Iraadah, of al-Iraadah a-Shar3iyyah:

Hieronder valt al hetgeen waarmee Allaah behaagd is. Deze wil heeft te maken met hetgeen Allaah van Zijn dienaren vraagt, namelijk de aanbidding van Hem alleen en alle goede daden die daaronder vallen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿يُرِيدُ اللَّهُ لِيُبَيِّنَ لَكُمْ وَيَهْدِيَكُمْ سُنَنَ الَّذِينَ مِنْ قَبْلِكُمْ وَيَتُوبَ عَلَيْكُمْ وَاللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ (26) وَاللَّهُ يُرِيدُ أَنْ يَتُوبَ عَلَيْكُمْ وَيُرِيدُ الَّذِينَ يَتَّبِعُونَ الشَّهَوَاتِ أَنْ تَمِيلُوا مَيْلاً عَظِيما ً﴾(النساء:26-27)

-26-Allaah wil jullie duidelijkheid verschaffen en jullie leiden op de wijze van degenen die jullie vooraf gingen en jullie berouw aanvaarden, en Allaah is Alwetend, Alwijs. -27- En Allaah wil jullie berouw aanvaarden, terwijl degenen die hun begeerten volgen, (willen) dat jullie je geweldig (van de waarheid) afwenden.”

(Aayah: 4/26-27).

عن ابن عباس عن النبي صلى الله عليه وسلم أنه قال: » من يرد الله به خيرا يفقهه في الدين«. رواه أحمد والترمذي وصححه الألباني

3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft:«“Voorwaar, degene waarvoor Allaah het goede wil, Hij (geeft hem) begrip in de godsdienst.”»[4]

 

Maar…hoe kan het zijn dat Allaah wil dat de mensen gelovig worden, terwijl Hij gewild heeft dat er onder hen ook ongelovigen zijn?

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa wil het goede voor de gehele mensheid. En daarom roept Hij de gehele mensheid op tot het aanbidden van Hem alleen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿يَا أَيُّهَا النَّاسُ اعْبُدُوا رَبَّكُمُ الَّذِي خَلَقَكُمْ وَالَّذِينَ مِنْ قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ﴾(البقرة:21)

“O mensen, aanbidt jullie Heer, Degene Die jullie en degenen vóór jullie heeft geschapen. Hopelijk zullen jullie Allaah vrezen.” (Aayah: 2/21).

 

Maar omdat Allaah Alwetend is over hetgeen alle mensen aan daden zullen verrichten, en welke keuzes zij zullen maken, heeft Hij met Zijn Alwijsheid, Alwetendheid en Rechtvaardigheid gewild dat er mensen zijn die misleid worden. Hij doet wat Hij wil. Hem wordt niets gevraagd over hetgeen Hij oordeelt. Hij de Alwetende de Alwijze zegt:

 

﴿وَلَوْ شَاءَ رَبُّكَ لَجَعَلَ النَّاسَ أُمَّةً وَاحِدَةً وَلا يَزَالُونَ مُخْتَلِفِينَ(118)إِلَّا مَنْ رَحِمَ رَبُّكَ وَلِذَلِكَ خَلَقَهُمْ وَتَمَّتْ كَلِمَةُ رَبِّكَ لَأَمْلَأَنَّ جَهَنَّمَ مِنَ الْجِنَّةِ وَالنَّاسِ أَجْمَعِينَ﴾(هود: 118-119(

-118- En als jouw Heer het had gewild, dan zou Hij de mensheid (als behorend tot) één godsdienst hebben gemaakt, maar zij bleven van mening verschillen. -119- Behalve wie jouw Heer begenadigd heeft. En daarom heeft Hij hen geschapen. En het woord van jouw Heer is vastgesteld: “Ik zal Djahannam (het hellevuur) vullen met de djinns en de mensen tezamen.” (Aayah: 11/118-119).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

 

﴿وَلَوْ شِئْنَا لَآتَيْنَا كُلَّ نَفْسٍ هُدَاهَا وَلَكِنْ حَقَّ الْقَوْلُ مِنِّي لَأَمْلَأَنَّ جَهَنَّمَ مِنَ الْجِنَّةِ وَالنَّاسِ أَجْمَعِينَ﴾ (السجدة: 13(

“En als Wij wilden, dan zouden Wij zeker iedere ziel haar leiding geven, maar het woord is door Mij bepaald: “Ik zal Djahannam (het hellevuur) vullen met de djinns en mensen tezamen.” (Aayah: 32/13).

 

Dit onderwerp zal in-shaa’-Allaah ook nader in het boek uitgelegd worden.

 

[1] “Salaf” betekent: de voorafgaanden, hiermee wordt bedoeld: de geleerden die ons in de leer voorgegaan zijn, beginnend bij de metgezellen van de Profeet Allaah’ s gebeden en vrede zij met hem.
[2] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Bukhaarie (in het boek: ‘Khalq af3aal al-3ibaad’), imaam al-Haakim en imaam al-Daylamie en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.
[3] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.
[4] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad en imaam a-Ttirmidhie en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. 

Vraag 4: Wat is de aanbidding (al-3ibaadah)?

Antwoord: De aanbidding (al-3ibaadah) is een alomvattende benaming waaronder alles valt waar Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa van houdt en waarmee Hij behaagd is, betreffende de uitspraken, de uiterlijke en innerlijke daden, en het distantiëren van alles wat daarmee in strijd is.

 

Uitleg: Er zijn vele beschrijvingen van de aanbidding bij de geleerden. De beste onder deze beschrijvingen is de beschrijving die hierboven staat. Dat is de beschrijving van shaykhu-l-Islaam[1] ibn Taymiyyah[2].

“الْعِبَادَةُ هِيَ: اسْمٌ جَامِعٌ لِكُلِّ مَا يُحِبُّهُ اللَّهُ وَيَرْضَاهُ مِنْ الْأَقْوَالِ وَالْأَعْمَالِ الْبَاطِنَةِ وَالظَّاهِرَةِ وَالبَراءَةُ مِمَّا يُنَافِي ذَلِكَ وَيُضَادُّهُ.”

“De aanbidding is een alomvattende benaming waaronder alles valt waar Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa van houdt en waarmee Hij behaagd is”

Alles waar Allaah van houdt en waarmee Hij behaagd is, is beschreven in Zijn boek de Qur’aan en in de Sunnah van Zijn Boodschapper salla-llaahu 3alayhi wa-sallam. Hieronder valt al hetgeen waarmee de moslim toenadering zoekt tot Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa.

 

“Betreffende de uitspraken.”

De eerste en meest geweldige uitspraak die onder een aanbidding valt, is de uitspraak van de twee geloofsgetuigenissen: ‘laa ilaaha illa-llaah, Muhammadun rasoelu-llaah’. Vervolgens volgen alle smeekbeden die in de Qur’aan zijn genoemd, en of in de Sunnah authentiek overgeleverd zijn. Zo hoort het verplichten van het goede en het verbieden van het slechte door middel van de tong óók daarbij. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿وَمَنْ أَحْسَنُ قَوْلاً مِمَّنْ دَعَا إِلَى اللَّهِ وَعَمِلَ صَالِحاً وَقَالَ إِنَّنِي مِنَ الْمُسْلِمِينَ﴾ (فصلت:33)

“En wiens woord is beter dan dat van hem die oproept tot Allaah en die goede werken verricht, en die zegt: “Voorwaar, ik behoor tot de moslims.” (Aayah: 41/ 33).

 

Ook vallen de uitspraken eronder die een aanbidding zijn: de smeekbede. De smeekbede is zelfs de aanbidding. In de smeekbede richt men zijn hart, ziel en tong naar zijn Heer subhaanahu wa-ta3aalaa.

 

عن النعمان بن بشير عن النبي صلى الله عليه وسلم قال: »الدعاء هو العبادة قال ربكم ادعوني أستجب لكم«. رواه أبوداوود والترمذي وصححه الألباني.

Al-Nu3maan ibn Bashier radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd:«“Voorwaar, de smeekbede is de aanbidding. En jullie Heer zei: “Roept Mij aan, Ik zal jullie verhoren.”»[3]

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿وَقَالَ رَبُّكُمُ ادْعُونِي أَسْتَجِبْ لَكُمْ إِنَّ الَّذِينَ يَسْتَكْبِرُونَ عَنْ عِبَادَتِي سَيَدْخُلُونَ جَهَنَّمَ دَاخِرِينَ﴾ (غافر:60)

“En jullie Heer zei: “Roept Mij aan, Ik zal jullie verhoren. Voorwaar, degenen die te hoogmoedig zijn om Mij te dienen zullen Djahannam (het hellevuur) binnengaan als vernederenden.” (Aayah: 40/60).

 

Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

 

﴿ وَادْعُوهُ خَوْفاً وَطَمَعاً﴾ (لأعراف: من الآية56)

“en roept Hem aan, (Zijn bestraffing) vrezend en (Zijn barmhartigheid) begerend.” (Aayah: 7/56).

 

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

 

﴿هُوَ الْحَيُّ لا إِلَهَ إِلَّا هُوَ فَادْعُوهُ مُخْلِصِينَ لَهُ الدِّينَ الْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ﴾ (غافر:65)

“Hij is de Levende, geen god is er dan Hij. Roept Hem daarom aan, Hem zuiver aanbiddend. Alle lof zij Allaah, de Heer der werelden.” (Aayah: 40/65).

In deze verzen roept Allaah Zijn dienaren op om slechts Hem met hebberigheid voor Zijn barmhartigheid en angst voor Zijn bestraffing te smeken. Zo hoort bij de smeekbede ook het vragen van hulp (al-Isti3aanah) en het vragen van bescherming (al-Istighaathah). De moslimdienaar dient zich in alle zaken naar Zijn schepper te wenden, en niet naar iemand of iets anders. Wanneer men zich wel in een smeekbede naar iemand anders richt, begaat men afgoderij (a-Shirk). Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿وَمَنْ أَضَلُّ مِمَّنْ يَدْعُو مِنْ دُونِ اللَّهِ مَنْ لا يَسْتَجِيبُ لَهُ إِلَى يَوْمِ الْقِيَامَةِ وَهُمْ عَنْ دُعَائِهِمْ غَافِلُونَ﴾ (الاحقاف:5)

“En wie is verder afgedwaald dan hij die naast Allaah anderen aanroept, die hem tot en met de Dag van de Opstanding niet kunnen verhoren? En zij zijn achteloos met hun aanbidding.” (Aayah: 46/5).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa maakt in dit vers duidelijk dat degene die naast Allaah iemand of iets anders aanroept die hem niet kan horen, en die zelf geen kracht of leven heeft (zoals beelden) om zichzelf te kunnen redden, hij het meest afgedwaald en achteloos is. Vandaar dat de moslimdienaar zijn smeekbede slechts naar zijn Almachtige Schepper moet richten. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿إِنَّ الَّذِينَ تَدْعُونَ مِنْ دُونِ اللَّهِ عِبَادٌ أَمْثَالُكُمْ فَادْعُوهُمْ فَلْيَسْتَجِيبُوا لَكُمْ إِنْ كُنْتُمْ صَادِقِينَ﴾ (لأعراف:194)

“Voorwaar, degenen die jullie buiten Allaah aanroepen zijn schepselen zoals jullie zelf. Roept hen dan aan en laat hen jullie dan verhoren, als jullie waarachtigen zijn.” (Aayah: 7/194).

 

“De uiterlijke en innerlijke daden”

Onder de daden verstaan we: alle daden die Allaah de Heilige ons voorgeschreven heeft; de verplichte en aanbevolen daden.

De daden worden in twee soorten gedeeld, te weten:

– uiterlijke daden (al-a3maal a-dhaahirah);

– innerlijke daden (al-a3maal al-baatinah).

De uiterlijke daden zijn de daden die door de medemensen waargenomen kunnen worden. Enkele van deze daden zijn:

Het verrichten van het gebed, het geven van de Zakaah, het vasten, het verrichten van al-Hadj, de strijd op de weg van Allaah, het helpen van iemand die onrechtvaardig wordt behandeld, de mensen het goede onderwijzen en het oproepen tot Allaah enz.

 

De innerlijke daden zijn daden die door de medemensen niet waargenomen kunnen worden, maar die slechts Allaah kan waarnemen. Het zijn namelijk de daden van het hart. Enkele van deze daden zijn:

Het geloven in Allaah, Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn boodschappers, de Laatste Dag en de goede en de kwade Qadar (voorbestemming). Zo valt ook hieronder: angst en ontzag jegens Allaah, liefde voor en omwille van Allaah en de intentie.

 

Definitie: “De basis van alle daden is de daad van het hart“.

Dat betekent dat de uiterlijke daden niet geaccepteerd zullen worden als de innerlijke daden (de daden van het hart) er niet zijn. Hierover volgt in het boek uitleg in detail.[4]

 

“En het distantiëren van alles wat daarmee in strijd is.”

 

Zoals Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa ons de goede daden heeft voorgeschreven, heeft Hij ons ook de daden verboden die wij horen te vermijden. Het verlaten van deze daden is ook een aanbidding als het omwille van Allaah verlaten wordt. De eerste daad waar wij afstand van horen te nemen is polytheïsme (a-Shirk), oftewel het toekennen van een deelgenoot aan Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa. Daarna volgen de grote zonden. Enkele van deze grote zonden zijn:

Rentenieren, het drinken van alcohol, een valse getuigenis afleggen, het plegen van ontucht enz.

 


[1] “Shaykhu-l-Islaam” betekent letterlijk: de geeerde van de Islaam. Dat is een bijnaam die o.a. geleerden aan een hooggeleerde gaven, wanneer hij een apparte hoge positie kreeg, wegens zijn bescherming van de Islaam.

 

[2] “Ibn Taymiyyah” is een hooggeleerde die van 661 t/m 728 H. leefde. middels hem heeft Allaah Subhaanahu Wa-Ta3aalaa de zuivere Islaam doen herleven, met zijn mond, pen en zwaard.

 

[3] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed en imaam a-Ttirmidhie en issahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

 

[4] Zie vragen 8, 9, 10 en 19.

Vraag 5: Wanneer wordt een daad een aanbidding?

Antwoord: (De daad wordt een aanbidding) als twee zaken daarin compleet zijn: volmaakte liefde gepaard gaande met volmaakte onderwerping (en ontzag).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَالَّذِينَ آمَنُوا أَشَدُّ حُبّاً لِلَّهِ﴾ (البقرة: من الآية165)

“maar degenen die geloven zij zijn sterker in liefde voor Allaah.” (Aayah: 2/165).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

 

﴿إِنَّ الَّذِينَ هُمْ مِنْ خَشْيَةِ رَبِّهِمْ مُشْفِقُونَ﴾ (المؤمنون:57)

“Voorwaar, degenen van hen die bedacht zijn vanwege hun ontzag voor Allaah.” (Aayah: 23/57).

 

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿إِنَّهُمْ كَانُوا يُسَارِعُونَ فِي الْخَيْرَاتِ وَيَدْعُونَنَا رَغَباً وَرَهَباً و كَانُوا لَنَا خَاشِعِينَ﴾ (الانبياء: من الآية90)

“Voorwaar, zij wedijverden in goede daden en riepen Ons aan, verlangend (naar Onze genade) en vol ontzag (voor Onze bestraffing). En zij waren ootmoedig tegenover Ons.” (Aayah: 21/90).

 

Uitleg: Er dient te worden voldaan aan twee voorwaarden om een daad een aanbidding te kunnen noemen. Deze twee voorwaarden zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Dat betekent dat wanneer één van deze voorwaarden vervalt, de daad niet meer als aanbidding beschouwd kan worden. Deze voorwaarden zijn:

 

– Kamaalu-l-hubb (Volmaakte liefde);

– Kamaalu-dhull wa-l-khawf (Volmaakte onderwerping (en ontzag[1]).

 

Dat betekent dat wanneer deze twee aspecten zich bevinden in de daad van een mens, deze daad een aanbidding is. En wanneer deze twee aspecten naar iemand gericht zijn, betekent het dat deze aanbidding ook naar hem gericht is. Vandaar dat deze twee aspecten slechts naar Allaah gericht horen te zijn. Wanneer dat niet het geval is, kent men een deelgenoot toe aan Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa. Men mag elk van deze aspecten ook niet apart naar iemand anders dan Allaah richten. Zo mag men niet van iemand houden, net zo veel als hij van Allaah houdt. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمِنَ النَّاسِ مَنْ يَتَّخِذُ مِنْ دُونِ اللَّهِ أَنْدَاداً يُحِبُّونَهُمْ كَحُبِّ اللَّهِ وَالَّذِينَ آمَنُوا أَشَدُّ حُبّاً لِلَّهِ وَلَوْ يَرَى الَّذِينَ ظَلَمُوا إِذْ يَرَوْنَ الْعَذَابَ أَنَّ الْقُوَّةَ لِلَّهِ جَمِيعاً وَأَنَّ اللَّهَ شَدِيدُ الْعَذَابِ﴾ (البقرة:165)

en er zijn er onder de mensen die naast Allaah afgoden nemen, die zij liefhebben met de liefde als (die) voor Allaah, maar degenen die geloven zijn sterker in liefde voor Allaah. En als degenen die onrecht pleegden zouden weten wanneer zij de bestraffing zien, (dan zouden zij weten) dat alle macht aan Allaah behoort en dat Allaah hard is in de bestraffing.” (Aayah: 2/165).

 

Ook mag men niemand vrezen net zoveel als hij Allaah vreest. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿ أَتَخْشَوْنَهُمْ فَاللَّهُ أَحَقُّ أَنْ تَخْشَوْهُ إِنْ كُنْتُمْ مُؤْمِنِينَ﴾ (التوبة: من الآية13)

“Vrezen jullie hen, terwijl Allaah er meer recht op heeft dat jullie Hem vrezen, als jullie gelovigen zijn?”(Aayah: 9/13).

Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

﴿ وَتَخْشَى النَّاسَ وَاللَّهُ أَحَقُّ أَنْ تَخْشَاهُ﴾ (الأحزاب: من الآية37)

“en jij de mensen vreest, terwijl Allaah er meer recht op heeft dat je Hem vreest.” (Aayah: 33/37).

 

Allaah de Heilige zegt ook:

﴿َلا تَخْشَوُا النَّاسَ وَاخْشَوْنِ ﴾ (المائدة: من الآية44)

“Vreest daarom niet de mensen maar vreest Mij” (Aayah: 5/44).

 

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

 

﴿إِنَّمَا ذَلِكُمُ الشَّيْطَانُ يُخَوِّفُ أَوْلِيَاءَهُ فَلا تَخَافُوهُمْ وَخَافُونِ إِنْ كُنْتُمْ مُؤْمِنِينَ﴾ (آل عمران:175)

“Voorwaar, het was slechts de Satan die (jullie) bang maakt met zijn volgelingen. Weest daarom niet bang voor hen, weest bang voor Mij, indien jullie gelovigen zijn.” (Aayah: 3/175).

Allaah zegt over de gelovigen:

 

﴿إِنَّ الَّذِينَ هُمْ مِنْ خَشْيَةِ رَبِّهِمْ مُشْفِقُونَ﴾ (المؤمنون:57)

“Voorwaar, degenen van hen die bedacht zijn vanwege hun ontzag voor Allaah.” (Aayah: 23/57).

 

Een voorbeeld daarvan uit het dagelijkse leven:

Tegenwoordig worden de graven vaak bezocht om hulp te vragen aan degenen die daarin begraven liggen. Wanneer men één van deze bezoekers aanspreekt en adviseert om degene die onder het graf ligt niet om hulp te vragen, wordt de bezoeker boos, en kijkt links en rechts -alsof degene die begraven ligt hem kan horen- en zegt: “Kijk uit, je mag niet zo praten. Als hij boos wordt, straft hij jou!” Deze bezoeker wordt uit liefde voor degene die begraven ligt boos, en wordt bang dat hij ook bestraft zal worden, terwijl de dode in het graf ligt en niet aanwezig is. Dit is een duidelijk voorbeeld van liefde, angst en ontzag voor iemand naast Allaah, en dat is a-Shirk.

 

Zo weten we dat we deze twee aspecten slechts naar Allaah moeten richten. Tevens moeten deze beide aspecten in een aanbidding aanwezig zijn. Zo moet de moslimdienaar Allaah met volmaakte liefde voor Hem en volmaakte angst en ontzag jegens Hem, zijn aanbidding verrichten. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿أُولَئِكَ الَّذِينَ يَدْعُونَ يَبْتَغُونَ إِلَى رَبِّهِمُ الْوَسِيلَةَ أَيُّهُمْ أَقْرَبُ وَيَرْجُونَ رَحْمَتَهُ وَيَخَافُونَ عَذَابَهُ إِنَّ عَذَابَ رَبِّكَ كَانَ مَحْذُوراً﴾ (الاسراء:57)

“Zij (de veelgodenaanbidders) zijn degenen die aanroepen, (en zij die aangeroepen worden) zoeken naar een middel tot hun Heer. Wie van hen het dichtst bij (hun Heer) zijn en op Zijn barmhartigheid hopen en Zijn bestraffing vrezen: voorwaar, een bestraffing van jouw Heer is te vrezen.” (Aayah: 17/75).

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿إِنَّهُمْ كَانُوا يُسَارِعُونَ فِي الْخَيْرَاتِ وَيَدْعُونَنَا رَغَباً وَرَهَباً و كَانُوا لَنَا خَاشِعِينَ﴾ (الانبياء: من الآية90)

“Voorwaar, zij wedijverden in goede daden en riepen Ons aan, verlangend (naar Onze genade) en vol ontzag (voor Onze bestraffing). En zij waren ootmoedig tegenover Ons.” (Aayah: 21/90).

 

De moslimdienaar mag niet slechts met één aspect Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa aanbidden.

قال شيخ الإسلام ابن تيمية: » من عبد الله بالحب وحده فهو زنديق، ومن عبده بالخوف وحده فهو حروري، ومن عبده بالرجاء وحده فهو مرجئ، ومن عبده بالحب والرجاء والخوف فهو مؤمن موحد‏.‏ «

Shaykhu-l-Islaam ibn Taymiyyah zei: “Wie Allaah slechts met liefde aanbidt, voorwaar, hij is een heiden[2]. En wie Allaah slechts met angst aanbidt, voorwaar, hij is een Haroerie[3]. En wie Allaah slechts met verlangen aanbidt, voorwaar, hij is een Murdji’[4]. En wie Allaah aanbidt met liefde voor Hem en verlangen naar Zijn barmhartigheid en ontzag jegens Hem subhaanahu wa-ta3aalaa, voorwaar, dat is een gelovige monotheïst.”

 

Zo is de liefde voor Allaah en het verlangen naar Zijn Barmhartigheid hetgeen wat de dienaar drijft. Het ontzag en de angst laten de dienaar terugkeren van dwaling.

Dat betekent dat wanneer men geen ontzag en angst in zijn aanbidding voor Allaah heeft, men de bestraffing van Allaah minacht. Zo wordt het makkelijker voor diegene om een zonde te plegen. Allaahsubhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿أَفَأَمِنُوا مَكْرَ اللَّهِ فَلا يَأْمَنُ مَكْرَ اللَّهِ إِلَّا الْقَوْمُ الْخَاسِرُونَ﴾ (لأعراف:99)

“Voelen zij zich soms veilig voor het plan van Allaah? Niemand voelt zich veilig voor het plan van Allaah, behalve het verliezende volk.” (Aayah: 7/99).

 

Ook mag men Allaah niet slechts met angst en ontzag aanbidden. Dat kan namelijk leiden tot het wantrouwen van Allaah en dat men zijn vertrouwen in het verkrijgen van de Barmhartigheid van Allaah verliest. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿ِنَّهُ لا يَيْأَسُ مِنْ رَوْحِ اللَّهِ إِلَّا الْقَوْمُ الْكَافِرُونَ﴾ (يوسف: من الآية87)

“Voorwaar, niemand wanhoopt aan de genade van Allaah, behalve het ongelovige volk.” (Aayah: 12/87).

 

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿قال وَمَنْ يَقْنَطُ مِنْ رَحْمَةِ رَبِّهِ إِلَّا الضَّالُّونَ﴾ (الحجر: من الآية56)

“Hij (Ibraahiem) zei: “Niemand wanhoopt aan de Barmhartigheid van zijn Heer dan de dwalenden.”(Aayah: 15/56).

 


[1] “Ontzag” betekent: eerbiedige vrees voor iemand of iets.

 

[2] “Heiden” betekent: ongelovig, iemand die niet in Allaah gelooft.

 

[3] ‘Haroerie’ komt van ‘al-Haroeriyyah’; dat is een groepering die een vertakking is van de grote groepering al-Khawaaridj (de benaming van de eerste dwalende groepering binnen de Islaam).

 

[4] Voor uitleg zie vraag 36.

 

Voor 45 andere vragen, kun je DEZE website raadplegen. Voor álle antwoorden kun je terecht bij: BOEKHANDEL.