De vergeten Spaanse moslims: De Moren (Morisken)

Een van de meest tragische gebeurtenissen in de islamitische geschiedenis was het verlies van Al-Andalus. Het Iberisch schiereiland was eeuwenlang islamitisch eigendom met islamitische leiders en een bevolking die op een bepaald moment uit meer dan 5 miljoen moslims bestond. De islamitische leiders bouwden een moderne, beschaafde samenleving op die gebaseerd was op geloof en kennis. In het jaar 900 waren er in de hoofdstad Cordoba wegen, ziekenhuizen en straatverlichting doorheen de hele stad te vinden.

In diezelfde periode bezat de grootste christelijke Europese bibliotheek maar 600 boeken terwijl Cordoba’s kalligrafen meer dan 6000 boeken per jaar produceerden. Al-Andalus was het toonvoorbeeld van een goed functionerende multiculturele samenleving waarin moslims, joden en christenen vredig naast elkaar woonden.

Deze bijna utopische samenleving bleef niet eeuwig bestaan. Tijdens de zogenaamde Reconquista (11de– 15de eeuw) door de christenen werden de moslims in Spanje een gemarginaliseerde groep. In 1492, na de verovering van de laatste islamitische staat Granada, werden de moslims met een nieuwe realiteit geconfronteerd, namelijk de genocide.

 

Bezetting

Na de val van Granada in 1492 dachten de meeste moslims dat het ging om een kleine tegenslag en dat moslimlegers uit Afrika hen snel te hulp zouden schieten om Granada te heroveren. Het nieuwe katholieke koningspaar Ferdinand II en Isabella van Castilië hadden echter andere plannen.

Al snel maakte het paar haar religieuze intenties duidelijk. In maart 1492 vaardigden ze het Verdrijvingsedict uit dat de joden dwong het land te verlaten. Honderdduizenden joden werden het land uitgezet en opgenomen door het Ottomaanse Rijk. Bayezid II, de sultan van het Ottomaanse Rijk, stuurde de Ottomaanse vloot om hen te doen ontsnappen aan de massamoord die hen te wachten stond in Spanje.

De moslims werden evenmin gespaard en ondergingen hetzelfde lot als de joden. In 1492 waren er zo’n 500.000 moslims in Spanje. De Katholieke kerk maakte er prioriteit van om hen te bekeren tot het christendom.

De eerste poging tot bekering was via omkoping. Bekeerlingen werden overladen met geschenken, geld en stukken land. Deze ‘vriendelijke’ methode bleek onsuccesvol, omdat de meesten na de geschenken tot het islamitische geloof waren teruggekeerd.

 

Opstand

Wanneer het in 1400 duidelijk werd dat de moslims zich meer vasthechtten aan hun godsdienst dan aan rijkdom, veranderden de Spaanse heersers hun aanpak. In 1499 werd kardinaal Franciso Jimenez de Cisernos naar Spanje gestuurd om het bekeringsproces te ‘versnellen’. Cisernos’ methode was gebaseerd op zijn volgende uitspraak: ‘Als de ongelovigen [moslims] zich niet vrijwillig tot het christendom willen bekeren, dan moeten ze ertoe worden gedwongen.’ Hij verbrandde al de Arabische manuscripten (behalve de medische), martelde de moslims en nam hun bezittingen in beslag om hen te overtuigen tot bekering. Diegenen die alsnog weigerden kregen een gevangenisstraf.

Deze dwangbekering bracht al snel onbedoelde gevolgen met zich mee voor Spanje. In reactie kwamen de moslims, vooral diegenen die in Granada woonden, in opstand. Ze protesteerden op straat en dreigden ermee om het tirannieke bewind van de christenen omver te werpen en het te vervangen door een islamitische staat. Het Spaanse koningspaar en Cisernos reageerden onmiddellijk op de dreigementen. Ze gaven de opstandelingen van Granada twee opties: bekeren of de dood. De meerderheid koos om zich te verzoenen met de Kerk, maar thuis zetten de ‘bekeerlingen’ hun religie ondergronds voort.

Diegenen die weigerden, zochten hun toevlucht in het rotsachtige Alpajurras-gebergte ten zuiden van Spanje, wat het voor de Christenen bemoeilijkte om ze uit te roeien. De rebellen hadden geen duidelijke strategie of leider. Ze waren verenigd door hun geloof in de Islam en hun weerstand tegen de christelijke heerschappij.

Christelijke soldaten vielen de moslimsteden regelmatig aan in een poging om hen te bekeren. De islamitische rebellen, die niet zo goed uitgerust of getraind waren als de christelijke soldaten, waren niet altijd in staat om de aanvallen tegen te houden. In 1502 kwam er dan ook een eind aan de opstand en moesten de moslims officieel kiezen tussen bekeren, Spanje verlaten of sterven. Sommigen vluchtten naar Noord-Afrika of vochten tot de dood. Anderen bekeerden zich tot het christendom, maar behielden hun ware geloofsovertuiging verborgen.

 

Ondergedoken

De Spaanse islamitische populatie ging ten onder in 1502. Ze moesten hun geloof in het geheim belijden om te voorkomen dat ze vermoord werden door de Spaanse autoriteiten. Deze bekeerde moslims, die Morisken werden genoemd door de Spanjaarden, werden goed in de gaten gehouden.

De Spaanse regering legde de morisken strenge regels op om te voorkomen dat ze in het geheim hun geloof zouden belijden. Zo moesten ze hun huisdeuren van donderdagavond tot vrijdagmorgen open houden ter controle. Elke moslim die betrapt werd op het lezen van de koran of het verrichten van de wudu (kleine wassing) kon onmiddellijk vermoord worden. Daarnaast waren maatschappelijke activiteiten van de Islam zoals het gezamenlijk bidden, het geven van aalmoezen en het verrichten van de hadj ook verboden. Toch wisten de morisken onder deze moeilijke omstandigheden hun geloof decennialang in stilte te belijden.

 

Uiteindelijke uitzetting

De morisken deden hun uiterste best om te verbergen dat ze nog steeds praktiseerden, maar de christelijke koningen twijfelden aan de geloofszekerheid van de ‘bekeerlingen’. In 1609, nadat de moslims al meer dan 100 jaar hun geloof beleden in het geheim, werd er een edict uitgevaardigd dat alle morisken uit Spanje verdreef. De morisken kregen drie dagen om het land te verlaten om vervolgens te worden getransporteerd naar Noord-Afrika of het Ottomaanse Rijk.

 expulsión+ 
De morisken werden met harde hand verdreven. De Spaanse regering riep op tot genocide van de moslims en ‘terrorisme’. Zij maakte het zeer duidelijk dat de moslims met geweld moesten worden verjaagd. Dus werden hun bezittingen geplunderd en hun kinderen ontvoerd om ze als christenen op te voeden. Soldaten en gewone burgers maakten er zelfs een spel van om de morisken te vermoorden die onderweg waren naar de kust. Zelfs wanneer ze al op de schepen zaten die hen zouden brengen naar hun nieuwe bestemming werden ze nog steeds belaagd. Sterker nog, de morisken werden aan boord verkracht, vermoord en bestolen door de zeilers

Desondanks waren ze nu ‘vrij’ en konden ze voor de eerste keer in 100 jaar zonder vrees hun geloof belijden en openlijk bidden in Spanje. De adhaan (oproep tot het gebed) weerklonk in de bergen terwijl ze het land verlieten.

De meeste morisken hadden het moeilijk met het vertrek uit Spanje. Spanje was immers hun thuisland geweest gedurende een lange tijd. De morisken ondervonden dan ook een enorme cultuurschok toen ze op hun nieuwe bestemmingen aankwamen. Velen probeerden naar Spanje terug te keren, maar de meesten faalden in hun poging.

In 1614 vertrokken de laatste morisken uit Spanje en werd het Iberisch Schiereiland islam-vrij. Het gevolg voor Spanje van deze uitzuiveringsprocedure was enorm. De Spaanse economie had het moeilijk, omdat een groot deel van de beroepsbevolking weg was en de belastingen daalden.

In Noord-Afrika deden de islamitische heersers hun uiterste best om de honderdduizenden vluchtelingen zo goed mogelijk op te vangen, maar ze konden niet veel voor hen betekenen. De morisken probeerden eeuwenlang om zich te assimileren in de maatschappij, maar ze behielden wel hun unieke Andalusische identiteit.

 

moriscos 
Tot op heden zijn er verschillende regio’s in Noord-Afrika waar deze identiteit nog sterk aanwezig is en de herinnering van het ooit islamitische Spanje in leven houden. Ze herinneren ons aan de roemruchte geschiedenis van het Iberisch schiereiland evenals aan de tragische verdrijving in één van de grootste genocides die Europa ooit heeft gekend.

 

Bibliography:Carr, Matthew. Blood and Faith: The Purging of Muslim Spain. New York: The New Press, 2009. Print. Ochsenwald, W., & Fisher, S. (2003). The Middle East: A History. (6th ed.). New York: McGraw-Hill.

Bron: http://lostislamichistory.com

One Comment

  1. Raf says:

    En daarna? Wat gebeurde dan? Aan de overkant?

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *