De Koranieten: Wie zijn het en waarom volgen ze de Profeet niet?

Dit artikel is nog niet af. Gelieve niets over te nemen!

 

«( En al wie zich verzet tegen de boodschapper en hem tegenspreekt nadat het recht pad duidelijk aan hem is getoond, en een andere weg volgt dan die van de gelovigen, zullen Wij op het pad houden dat hij heeft gekozen, en hem in de Hel branden – wat een afschuwelijke bestemming )»
(Soerah An-Nisa; Ayah 115) 

 

Introductie:
Een kleine groepering dat zich aan de Islam toeschrijft, zijn de zogenaamde Koranieten. Deze mensen menen dat ze alleen de Koran volgen en verwerpen volgens hen alles wat niet ‘goddelijk’ is (de Profeet Mohammed, de Sunnah, de Metgezellen, de Ahadith etc.). Ondanks dat de naam anders doet vermoeden, volgen deze mensen de Koran totaal niet. Dit, om de doodsimpele reden dat men in de Koran zal tegenkomen dat wij (de moslims) de profeet en zijn Sunnah (levenswijze) moeten volgen. Hier volgt een uiteenzetting.

 

Koranieten:
En er zijn vanaf de eerste eeuw tot nu groeperingen geweest die – in kleinere of grotere mate – de geboden van Soennah hebben verworpen.

En onder deze dwalende sekten is de Djamaa’ah die de naam “Ahloel-Qor’aan” (Volk van de Qor’aan/Koranieten) heeft genomen, terwijl deze Djamaa’ah (groepering) eigenlijk verwijderd is van deze toeschrijving.

De Djamaa’ah deed voor het eerst haar intrede in het eerste kwart van de veertiende eeuw na Hidjrah, op het Indische subcontinent, aan de handen van één van de inwoners van dat land, wat later in drie aparte staten scheidde.

En de stichters ervan vinden we onder degenen die werden geroerd en beïnvloed door de Westerse blik, en aldus beschouwden zij vastklampen aan de Soennah een belemmering van de vooruitgang, en als iets wat de Islam verzwakt. Dus kwamen ze met iets wat nog niemand van de misleide mensen ooit had gedaan: zij verwierpen de Soennah als geheel en beschouwden het volgen van de Soennah gelijkwaardig aan Shirk (afgoderij). Zij maakten geen onderscheid tussen ahaadieth (enkelvoud: hadieth, een Profetische overlevering) moetawaatir (die door een hele grote groep zijn overgeleverd) en ahaadieth moettafaqoen ‘alayh (waarover overeenstemming over de authenticiteit is), en wat anders is dan dit. Zij namen één benadering, welke inhield de verwerping en ontkenning.

En deze groepering begon met het verspreiden van boeken, tijdschriften en pamfletten, om de Soennah te voorkomen en er twijfel over te laten ontstaan. Maar Allah veroorzaakte wie Hij wilde van de Mensen van Kennis om hen terug te drijven, en dus schreven zij boeken en pamfletten, en zij vaardigden fataawa (enkelvoud: fatwa, een religieus oordeel) uit waarin takfier (het ongelovig verklaren) op hen (de Koranieten) werd uitgesproken, en tegen hen werd gewaarschuwd.

En onder degenen die zich, in een heel vroeg stadium, bewust werden van hun grote gevaar, was de ‘Allaamah ‘Abdoel-‘Aziez Ibn Baaz (rahimahoellah). En hij vaardigde – ruim veertig jaar geleden – een fatwa uit waarin hij de oprichter en woordvoerder Ghoelaam Ahmad Parweiz (omgekomen in 1985) tot kaafir verklaarde.

En laat niemand denken door de benaming Qor’aaniyyoen (Koranieten), dat dit een lofuiting voor hen is, of dat het een uitdrukking is vanwege hun stevige vastklampen aan de Qor’aan. Nooit! De realiteit is eerder dat deze naam hen kenmerkt vanwege hun ontkennen van de Qor’aan en omdat ze hebben ontkend wat erin is bevestigd van de noodzaak van het volgen van de Boodschapper sallallahoe ‘alayhi wa sallam, en hem gehoorzamen. En omdat deze Verwerpers de Djamaa’ah van de Moslims hebben verlaten, daarom worden zijn de Koranieten genoemd.

Dus ik heb Allah’s hulp gezocht in het weerleggen van hun valsheid en ik heb dit onderzoek bereid in de vorm van een inleiding en twee hoofdstukken. Wat betreft de inleiding, deze is bijna voorbij.

En de Metgezellen waren de meesters in de Arabische taal en zij hadden geen wetenschappen nodig om die te begrijpen. Maar ondanks hun kennis steunden zij wel op de tafsier (uitleg) van de Profeet sallallahoe ‘alayhi wa sallam.

Van de benodigdheid van de tafsier van de Profeet zijn vele voorbeelden, en één voorbeeld volgt: (( … en degenen die hun Imaan niet met Dhoelm mengen… )) Soerah al-An’aam 6:82, de Profeet sallallahoe ‘alayhi wa sallam heeft uitgelegd dat Dhoelm (letterlijk: onrecht) afgoderij betekent.

En zo zijn er meer voorbeelden, en zoals je ziet, deze betekenissen kunnen niet worden gevonden met slechts een diepe kennis en precisie van de Arabische taal. Als de Boodschapper van Allah sallallahoe ‘alayhi wa sallam ze niet had uitgelegd, dan zouden we erover in onwetendheid verkeren.

De Soennah legt dus de algemeenheden van de Qor’aan uit. Allah de Meest Verhevene zei: (( En vestig het gebed en geef de zakaah )) en Hij – vrij van iedere imperfectie – zei: (( Vasten is voor jullie voorgeschreven )) en Hij heeft de pelgrim naar het Huis verplicht gesteld, voor degene die zijn weg kan vinden.

Dus de Profeet sallallahoe ‘alayhi wa sallam legde met zijn uitspraken en handelingen uit dat er vijf verplichte gebeden zijn in een dag en nacht, en hij legde het aantal raka’at uit, en de voorwaarden en fundamenten van deze gebeden, en toen zei hij: “Bid zoals je mij hebt zien bidden.” En hij legde ook uit dat de vrouw gedurende haar periode niet hoeft te bidden, en erna niet de gemiste gebeden hoeft in te halen.

Hetzelfde met de Zakaah, hij legde de natuur en realiteit ervan uit, en voor wie het verplicht is. Hij legde ook de delen uit die ertoe horen, en dat het ook wordt genomen van goud en zilver, en van de kamelen, schapen, koeien (vee), eens per jaar. En hij maakte het ook verplicht over sommige van de soorten producten die uit de aarde komen. (As-Soennah van al-Marwazie p. 36.)

En hij legde ook uit de vasten terughouden is, met stevige intentie en vastberadenheid in het zich onthouden van datgene waarvan onthouding is geboden. Van het moment dat de ochtend aanbreekt, totdat de avond valt. (Ibid, p. 37.) En hij maakte het ook verplicht voor degene die de leeftijd van puberteit bereikt van degenen die vrij zijn en de slaven, zowel mannelijk als vrouwelijk. Behalve de vrouwen in hun periode, die hun gemiste vasten in andere dagen (na de Ramadaan) inhalen.

En de Boodschapper sallallahoe ‘alayhi wa sallam legde ook uit dat de Haddj maar één keer in je leven verplicht is, en hij legde ook uit wat door de Moehrim (degene die de rituelen van Haddj is binnengetreden) gedragen moet worden, en wat niet gedragen moet worden. En hij verklaarde en specificeerde de tijden voor Haddj en Oemrah, en legde de aantallen van tawaaf (rondgang om de Ka’bah) uit, en hoe deze verricht moet worden. En de uitleg van dit alles wordt niet in de Qor’aan gevonden.

En als wij alleen ons intellect hadden, zouden wij deze regels niet kennen. Daardoor wordt duidelijk dat we niet zonder de Soennah kunnen om de Qor’aan te begrijpen. En de Metgezellen wisten dit ook heel goed. Want zij gaven de Soennah de waarde en achting die eraan toekomt.

Zoals Djaabir ibn ‘Abdilaah zei terwijl hij de beschrijving van de Haddj van de Profeet omschreef: “En de Boodschapper van Allah was onder ons, de Qor’aan werd aan hem geopenbaard en hij wist de uitleg, en waarop hij daarvan dan handelde, daar handelden wij evenzo op.” (Sahieh Moeslim nr. 1218.)

En toen ‘Imraan ibn Hoesayn bemiddeling (Shafaa’ah) noemde, zei een man tegen hem dat ‘Imraan ahaadieth overlevert waarvoor geen basis is in de Qor’aan. En ‘Imraan werd boos en vroeg de man waar in de Qor’aan hij het bewijs heeft gevonden dat zo en zo gebed zoveel raka’at is. En de man had het niet kunnen vinden in de Qor’aan. ‘Imraan: “Van wie heb je dit genomen? Heb je het niet van ons genomen, en hebben wij het niet weer van de Boodschapper van Allah?” En zo noemde hij ook de Zakaah met haar regelgevingen, die we vinden in de Soennah. En hij zei: “Heb je Allah niet gehoord, Hij zei in Zijn Boek: (( En wat de Boodschapper jullie geeft, neem dat, en wat hij jullie verbiedt, onthoud je ervan )) Want wij hebben zaken van de Boodschapper van Allah genomen, waar jij geen kennis van hebt. (Ibn ‘Abdoel-Barr ibn Djaami’ Bayaanoel-‘Ilm, 2/1192, e.a.)

En een man die tegen Moetarraf ibn ‘Abdilaah ibn ash-Shikhkhier zei: “Overlever niet aan ons, behalve met de Qor’aan.” Dus Moetarraf zei tegen hem: “Bij Allah, wij zoeken geen vervanging voor de Qor’aan, maar wij zoeken iemand die meer kennis dan ons heeft over de Qor’aan.” (Ibid, 2/1193.)


Zij (Koranieten) zijn ongehoorzaam aan Allah’s woord:

En wij hebben slechts een Boodschapper gestuurd om gehoorzaamd te worden, met het verlof van Allah

En zijn ongelovig aan Allah’s woorden:

Hij ( de profeet) beveelt hun het behoorlijke en hij verbiedt hun het verwerpelijke, en hij staat hun de goede dingen toe en hij verbiedt hun de slechte dingen

Geloven Koranieten in de Koran?
Het antwoord hierop is vrij simpel; nee. Ondanks dat ze menen dat ze de Koran volgen, doen ze dat niet. In de Koran staan tal van verzen die gaan over onze Profeet Mohammed en de verplichting om hem te volgen (sunnah). Dit is slechts één voorbeeld waaraan men kan zien dat zij, de mensen die we Koranieten noemen, niet de Koran volgen. Iedere moslim die de Koran erkent, volgt en ernaar handelt, volgt namelijk de Profeet en daarmee zijn leiding.

 

Q&A:

Vraag: Er bestaat een afwijkende groep mensen die claimen dat ze alleen de Quran volgen, en niet de Sunnah van de Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa sallam). Voorzie ons alstublieft van het bewijs dat zij op de verkeerde weg zitten, zodat wij hen dawah kunnen geven, Inshaa Allah.

Antwoord:

Alle lof zij Allah

Enkele mensen zijn gekomen met de claim dat de Sunnah geen bron van wetgeving is. Zij noemen zichzelf “Al-Qur’aaniyyin” en zij zeggen dat we de Quran hebben, dus we pakken datgene wat volgens de Quran halaal is en wat de Quran verbiedt dat vatten we als haraam op. De Sunnah, haar hun eigen zeggen, is vol met verzonnen ahadith, die onrechtvaardig zijn toegekend aan de Boodschapper van Allah (Vrede en zegeningen van Allah zij met hem). Zij zijn de opvolgers van mensen over wie de Profeet (Vrede en zegeningen van Allah zij met hem) heeft gezegd;

“Binnenkort zal er een tijd komen waarin een man achterover zal leunen op zijn bank, terwijl hij een hadith van mij vertelt, en hij zal zeggen “Tussen ons ligt het Boek van Allah; Wat de Quran als halaal verklaard accepteren we als halaal, en wat de Quran haram verklaard accepteren we als haraam” Maar luister! Wat de Boodschapper van Allah verbiedt is zoals hetgene wat Allah verbiedt!”
(Al-Fath al-Kabir, 3/438. Al-Tirmidhi heeft dit overgeleverd met een iets andere bewoording, en classificeerde dit als een hassan sahih. Zie Sunan al-Tirmidhi bi Sharh Ibn al-‘Arabi, al-Saawi edn., 10/132).

De Boodschapper sallallahoe ‘alayhi wa sallam zei: “Waarlijk, wie van onder jullie na mij lang leeft, zal veel verdeeldheid zien. Daarom, jullie moeten vastklampen aan mijn Soennah en de Soennah van de Rechtgeleide Khaliefah’s. Bijt erop met je kiezen.”

De naam al-Quraniyyin past deze mensen niet, want de Quran vertelt ons, in bijna honderd (!) ayaahs om de Profeet Vrede en zegeningen van Allah zij met hem) te gehoorzamen. Gehoorzaamheid aan de Boodschapper, wordt beschouwd in de Quran als een onderdeel van de gehoorzaamheid aan Allah, Moge Hij (De Verhevene) verheerlijkt worden;

“Wie de Boodschapper gehoorzaamt, hij gehoorzaamt waarlijk Allah. En wie zich afkeert: Wij hebben jou (O Mohammed) niet als toezichthouder naar hen gezonden.”
(An-Nisa, 4:80 vertaling v/d beteknis)

De Quran, die zij zeggen te volgen, ontkent het geloof van degene die weigert de Boodschapper (Vrede en zegeningen van Allah zij met hem) te gehoorzamen, en die zijn beslissingen niet accepteert;

“Maar nee, bij jouw Heer, zij zijn geen gelovigen, totdat zij jou (O Muhammad) laten besluiten in al hun meningsverschillen, en geen verzet bieden tegen jouw besluiten, die ze met volle overgave accepteren”
(Vertaling van an-Nisa, 4:65)

Hun claim dat de Sunnah is “besmet” met verzonnen ahadith is niet geldig, omdat de geleerden van deze Oemmah grote zorgvuldigheid hanteerden om de Sunnah te zuiveren van externe invloeden. Als er enige twijfel bestond over een overleveraar van ahadith, of als er de kleinste mogelijkheid was dat er iets vergeten was, dan was dit genoeg om de hadith te verwerpen. Zelf de vijanden van deze Ummah hebben verklaard dat geen enkele andere natie zoveel aandacht heeft besteed aan het onderzoeken van zijn geschiedschrijvers, vooral in het geval van de Boodschapper van Allah (Vrede en zegeningen van Allah zij met hem).

Om te weten of het verplicht is om een hadith te volgen of niet, moet men slechts weten of de hadith Sahih is of niet. De Profeet (Vrede en zegeningen van Allah zij met hem) was vaak tevreden met slechts 1 metgezel als het ging om het overbrengen van boodschappen aan anderen, wat bewijst dat de hadith die overgeleverd wordt door een betrouwbaar persoon gevolgd moet worden.

Bovendien, willen we van deze mensen weten: Waar zijn de ayaat die ons vertellen hoe we moeten bidden, of die ons vertellen dat er vijf dagelijks verplichte gebeden zijn, of die ons vertellen over nisaab met betrekking tot verschillende soorten welvaart voor de zakaah, of over de details van het verrichten van Hajj, en andere zaken die we alleen in de Sunnah vinden? (Bron; Al-Mawsoo’ah al-Fiqhiyyah, 1/44)

 

 

De regelgeving omtrent degene die de autoriteit van de Soennah verwerpt.

De boodschapper van Allah sallallahoe ‘alayhi wa sallam legde uit dat onder degenen die de Qor’aan reciteren de Hypocrieten zijn, en hij zei: “… en het voorbeeld van de Hypocriet die de Qor’aan reciteert is als het voorbeeld van Rayhaanah. Haar geur is prettig, maar haar smaak is bitter.” (Boekhaarie nr. 5059; Moeslim nr. 797.)

En Allah – vrij van iedere imperfectie is Hij – heeft ook verduidelijkt dat Hij vijanden voor de Profeten heeft aangesteld, die met hem wedijveren en die de mensen van hen (de Profeten) verhinderen door hun mooie spraak, zoals Allah de Meest Verhevene zegt: (( En zo hebben We voor iedere Profeet vijanden aangesteld – Shayaatien (duivels) van onder de mensen en djinns, elkaar inspirerend met fraaie spraak als een misleiding )) Soerah al-An’aam 6:122.

Daarom moeten alle Moslims weten dat iedere uitspraak die de Wetgeving tegengaat, en die is mooi gemaakt door degenen die het uitspraken om er twijfel en verwarring mee te veroorzaken onder de mensen totdat zij erdoor misleid worden en erin worden gevangen; en ook dat iedere daad die de Wetgeving tegengaat, en die zij versieren en mooi maken totdat het verspreid en geaccepteerd wordt onder de mensen – alle mensen die deze uitspraken en daden promoten zijn de vijanden van de religie, mensen die uiterlijk de Islaam tonen, maar zij spannen ertegen samen, gedurende de dag en de nacht.

Hun zaak is niet verborgen voor de Geleerden van de Islaam, en daarom hebben zij de mensen bewust gemaakt van het kwaad van hun weg, en ze hebben Koefr (ongeloof) en Ilhaad (ketterij) aan hen toegeschreven (ofwel als wasf – omschrijving: Koefr toeschrijven aan een daad; ofwel als a’yaan – specifieke individuen: Koefr toeschrijven aan een persoon met naam en toenaam).

En er zijn veel uitspraken van de geleerden die dit aantonen, waarvan ik er slechts twee noem. Ibn Hazm: “Als een man zou zeggen: We nemen niet, behalve wat we in de Qor’aan vinden, dan zou hij kaafir zijn met unanieme overeenstemming van de Moslims.” (Al-Ihkaam fie Oesoelil-Ahkaam, 2/80.) En as-Soeyoetie: “Wie verwerpt dat de hadieth van de Profeet – ongeacht of het spraak of daad is – op basis van de bekende voorwaarden van de Oesoel (wetenschappen betreffende dit onderwerp), als een bewijs wordt beschouwd, heeft ongeloof gepleegd. En hij heeft de schoot van de Islaam verlaten, en hij zal worden opgerezen naast de Joden en de Christenen, of naast wie Allah wil van onder de sekten van de ongelovigen.” (Miftaahoel-Djannah diel-Ihtidjaadj bis-Soennah, p. 14.)

De twijfels van de Parweizieten (een naam voor Koranieten, naar hun stichter Ghoelaam Ahmad Parweiz) en andere verwerpers van de Soennah

1. De Soennah is niet van de religie en er zijn geen richtlijnen voor het behoud ervan.

Parweiz zegt: “Als de Soennah werkelijk onderdeel van de religie was, had de Boodschapper van Allah er een methodologie (van behoud) voor opgezet, net zoals de methodologie van behoud van de Qor’aan, zoals het opschrijven, memoriseren, en repeteren (van memorisatie)… Dit is omdat de rang van profeetschap vereist dat hij de religie aan zijn Oemmah presenteert op een behouden (d.w.z. in stand gehouden) manier. Echter, hij droeg zorg in het aannemen van alle mogelijke middelen voor (het bewaren) van het Boek van Allah, maar hij deed niets om dat voor de Soennah te doen. Hij verbood het zelfs dat het werd opgeschreven, door zijn uitspraak: “Schrijf niets van mij op, behalve de Qor’aan, en wie iets anders van mij opschrijft dan de Qor’aan, laat het hem uitwissen”.” (Maqamie Hadieth, p. 7.)

Weerlegging van deze twijfel

Wij zeggen: Wat is precies de methodologie betreffende de Qor’aan? En als het niet tekstueel aangegeven is in de Qor’aan – en het is in zijn geheel niet aangegeven – waar heb je dan het bestaan van deze methodologie geleerd? Je hebt zelfs de Soennah verworpen en het verzonnen, gefabriceerd verklaard? Hoe kun je dan een Soennah die – volgens jouw bewering – gefabriceerd en verzonnen is, gebruiken als bewijs voor je belangrijkste doelstelling. Namelijk de bewering dat de Profeet sallallahoe ‘alayhi wa sallam een specifieke methodologie heeft bedacht voor het opschrijven, memoriseren en repeteren (van memorisatie) voor de Qor’aan, en dat hij dat niet heeft gedaan voor de Soennah.

Dit is zonder meer een afwijking en een misleidende tegenstelling die Allah heeft voorgeschreven op de volhardende en koppige tegenstanders van de waarheid – zij die zijn verstoken van bewijzen en wedijveren met de religie – dat zij in afwijking en misleiding verstrikt raken.

Wat betreft de Soennah, dan is het dat de Profeet sallallahoe ‘alayhi wa sallam de Oemmah aanmoedigde die te memoriseren, hij zei: “Moge Allah (het gezicht) van een man die iets van mij hoorde, het vervolgens overbracht zoals hij het hoorde prettig en verlicht maken, want wellicht dat degene aan wie het is overgebracht meer begrip heeft dan degene die het (direct) hoorde.” (Tirmidhie e.a.)

Deze hadieth bevat de geweldige aansporing om de Soennah te behouden en te repeteren en te studeren volgens de manier van vele middelen van memorisatie, en de manier en middelen (tot een ding) hebben dezelfde regelgeving als de doelstelling en bestemming.

Wat betreft de hadieth die de Koranieten als bewijs hebben willen gebruiken, die is overgeleverd door Moeslim. Het is – naar mijn weten – de enige authentieke hadieth die het opschrijven van de Profetische ahaadieth verbiedt, en tegelijkertijd zijn er vele authentieke ahaadieth die het opschrijven van Profetische ahaadieth gebieden en de goedkeuring van deze zaak.

De Mensen van Kennis hebben een aantal verschillende paden bewandeld in het afweren van deze kennelijke tegenstrijdigheid tussen deze ene hadieth, en vele andere ahaadieth.

De eerste: Het pad van het voorkeur en sterkte geven aan de ahaadieth die toestemming geven, over de hadieth die verbiedt.

En Imaam al-Boekhaarie (Fathoel-Baarie, 1/208) en Imaam Aboe Daawoed (Toehfatoel-Ashraaf, 3/408) hebben allebei deze hadieth gepresenteerd als dat die niet tot de Boodschapper sallallahoe ‘alayhi wa sallam wordt teruggevoerd, maar dat het de uitspraak van Aboe Sa’ied al-Khoedrie is. En dat er geen tegenstelling is tussen een hadieth die mawqoef (d.w.z. hij eindigt bij een Metgezel en wordt niet teruggevoerd tot de Boodschapper) en ahaadieth die werkelijk tot de Boodschapper sallallahoe ‘alayhi wa sallam worden teruggevoerd (d.w.z. omdat er maar één oorspronkelijk van de Boodschapper is).

De tweede: Het pad van afschaffing (naskh).

En dit is de uitspraak dat de ahaadieth van de toestemming van het opschrijven van ahaadieth uit een latere tijd komen dan de hadieth die het verbiedt, en (het verbod) wordt afgeschaft. Ibn Shaahien (Naasikhoel-Hadieth wa Mansoekihie) en anderen neigden naar deze mening.

De derde: Het pad van ze allebei in overeenstemming brengen en deze heeft vele wegen:

Al-Bayhaaqie zei: “Wellicht, als Allah wil, gaf hij (de Profeet sallallahoe ‘alayhi wa sallam) toestemming om te schrijven voor degene bij wie hij vergeetachtigheid vreesde, en verbood het voor degene in wiens memorisatie hij vertrouwen had. Of hij verbood het schrijven voor degene voor wie hij verwarring (in geheugen en herinneren) vreesde, en beval degene die hij vertrouwde te schrijven.” (Al-Madkhal Ilaa as-Soenan al-Koebraa 2/223.)

En az-Zarkashie noemde vele standpunten van vereniging tussen hen (de ahaadieth), zo zei hij: “De eerste: Dat het verbod op schrijven slechts is beperkt tot gedurende het leven van de Aanvoerder van de Mensheid, de Profeet, want afschaffing verschijnt in iedere tijd, en daardoor afschaft schuift dat wat wordt afgeschaft terzijde. En wat hieraan bewijs geeft is de hadieth van Aboe Shaah, toen hij toestemming kreeg om de Khoetbah (preek) van de Profeet op te schrijven… De tweede: Dat de reden voor het verbod is dat de schriftgeleerde niet alleen steunt op wat hij heeft geschreven, zonder te memoriseren, als resultaat waarvan memorisatie zou kunnen toenemen. De derde: Zodat er geen ander boek naast de Qor’aan is dat er op zou kunnen lijken.” (An-Noekat alaa ibn as-Salaah, 3/559-560, met enige verkorting.)

Dit meningsverschil (over opschrijven) bestond in de allereerste tijd, en toen was de Oemmah verenigd op de toestemming van het opschrijven van hadieth en kennis, en de zaak werd opgelost en daarop bevestigd.

En er is niet in een van deze wegen van in overeenstemming brengen die de Mensen van Kennis hebben aangenomen, die enig bewijs vormt voor de dwaling van deze sekte (de Koranieten), hun afsplitsing van de Oemmah en hun meningsverschil met de Djamaa’ah. (Soewaad al-A’dham.) (( En zij werden achtervolgd door een vloek in deze wereld en (zo zullen zij zijn) op de Dag der Opstanding )) Soerah Hoed 11:60

De tweede twijfel: De Qor’aan heeft alles gedetailleerd uitgelegd, dus er is geen behoefte aan de Soennah of de uitleg van Mohammad sallallahoe ‘alayhi wa sallam

Abdilaah Chakraawaalie, een van de stichters van deze sekte, zegt: “Het Glorieuze Boek heeft alles dat benodigd is in de religie genoemd, het gedetailleerd en het vanuit ieder uitgangspunt uitgelegd. Waarom is er dan enige behoefte aan een verborgen vorm van openbaring, en wat is er voor behoefte aan de Soennah?” (Madjallaah Ishaa’atoel-Qor’aan, p. 49, derde nummer, 1902.)

Hij zegt ook op een andere plek: “Het Boek van Allah is compleet en gedetailleerd. Het behoeft geen verdere uitleg, noch heeft het de tafsier van Mohammad nodig, noch zijn leveren van duidelijkheid betreffende het (de Qor’aan), of een op kennis gebaseerde leerstelling van de benodigdheden ervan.” (Tark Iftiraa Ta’aamoel p.10.) En al-Khawaadja Ahmadoed-Dien en al-Haafidh Aslam hebben iets hieraan gelijk genoemd. Zie Boerhaanoel-Qor’aan p.4 en Noekaat Qor’aan p. 49.

Weerlegging van deze twijfel

Dit is feitelijk Koefr (ongeloof) in de Qor’aan waaraan zij zich toeschrijven. Dit is omdat Allah zegt: (( En Wij openbaarden aan jullie de Vermaning (adh-Dhikr) opdat jij uitlegt (toebayyin) aan de mensen wat aan hen is geopenbaard )) Soerah an-Nahl 16:44. Daardoor is de positie van de Boodschapper sallallahoe ‘alayhi wa sallam met betrekking tot de Qor’aan, de positie van degene die het uitlegt. Daardoor, wie dat ontkent, dan heeft hij de Qor’aan ontkend en verworpen. En het begrip van “het Boek” volgens de zienswijze van de Mensen van Kennis en geloof, verschilt met het begrip van “het Boek” volgens de zienswijze van deze verwarde sekte.

De twee Shaykhs (Boekhaarie en Moeslim) verhalen van de hadieth van Aboe Hoerayra en Zayd ibn Khaalid, die vermeldde: “Eén van de woestijnbewoners kwam naar Allah’s Boodschapper en zei: Boodschapper van Allah, ik smeek je in de naam van Allah dat je oordeel over mij uitspreekt volgens het Boek van Allah. De tweede spreker die slimmer dan hem (de eerste) was zei: Nou, beslis over ons volgens het Boek van Allah, maar sta me toe (iets te zeggen). Daarop zei Allah’s Boodschapper: Zeg. Hij zei: Mijn zoon was een bediende in het huis van deze persoon en hij pleegde overspel met zijn vrouw. Mij werd verteld dat mijn zoon steniging tot de dood verdiende (als bestraffing voor deze overtreding). Ik gaf hiervoor honderd geiten en een slaaf als afkoopsom. Ik vroeg de geleerden (of dit kon dienen als een kwijtschelding voor deze overtreding). Zij vertelden me dat mijn zoon honderd zweepslagen verdiende en verbanning voor een jaar, en deze vrouw verdiende steniging (omdat ze getrouwd was). Hierop zei Allah’s Boodschapper: Bij Hem in Wiens Hand mijn leven is, ik zal tussen jullie beslissen volgens het Boek van Allah. De slaaf en de geiten moeten worden teruggegeven, en jouw zoon moet worden gestraft met honderd zweepslagen en verbanning voor een jaar. En, o Oenays, ga naar deze vrouw in de ochtend, en als ze bekent, stenig haar dan.” Hij (de overleveraar) zei: “Hij ging in de ochtend naar haar en ze bekende. En Allah’s Boodschapper deed uitspraak over haar en ze werd gestenigd tot de dood.” (Boekhaarie 6820, Moeslim 1697, 1698,)

In deze hadieth vroegen degenen die in geschil waren de Boodschapper van Allah sallallahoe ‘alayhi wa sallam om tussen hen te oordelen met het Boek van Allah, en de Boodschapper van Allah sallallahoe ‘alayhi wa sallam antwoordde daarop en hij maakte ook een eed, dat hij dat zeker zou doen. En het oordeel dat hij tussen hen velde was dat de geiten en slaaf zouden terugkeren, en dat de bediende honderd zweepslagen zou krijgen en een jaar werd verbannen, tezamen met de steniging van de overspelige vrouw. En noch steniging, noch verbanning, noch het teruggeven van de honderd geiten en de slaaf zijn tekstueel aangegeven in de Qor’aan, ondanks het feit dat de Boodschapper sallallahoe ‘alayhi wa sallam verklaarde dat dit oordeel het Boek van Allah is, wat inhoudt dat het oordeel volgens het Boek van Allah is.

De Mensen van Kennis en geloof zeggen: “het Boek van Allah” (als term) is toegepast op twee betekenissen:

De eerste: Wat Allah in Zijn Boek heeft beoordeeld en wat Hij Zijn dienaars heeft voorgeschreven, ongeacht of dat tekstueel is uitgedrukt in de Qor’aan of de Soennah. En het label van “het Boek van Allah” toepassen op zowel de Qor’aan als de Soennah is een toepassing die is gebaseerd op iets dat is gedeeld (ishtiraak) (door die twee). Daardoor, wat er is bevestigd door de Soennah kan “het Boek van Allah” genoemd worden, en wie heeft geoordeeld met de Soennah, die heeft niet “het Boek van Allah” verlaten in zowel oordeel als betekenis, gebaseerd op dit specifieke begrip.

Al-Waahidie zei: “En er is geen vermelding van zweepslagen of verbanning in de tekst van het Boek, wat aanduidt dat waarmee de Profeet oordeelde, dan het Boek van Allah is.” En ar-Raazie zei: “En dit is de waarheid, want Hij, de Meest Verhevene, zei: (( opdat jij uitlegt (toebayyin) aan de mensen wat aan hen is geopenbaard )) daardoor, alles wat de Profeet uitlegde, is omvat in dit Vers.” (Mafaatiehoel-Ghayb 6/12/227.)

De tweede: Dat “het Boek van Allah” alleen de Qor’aan is, echter, het wordt ook toegepast op wat bewezen is door de Soennah, in dat wat in het Boek van Allah is, door middel van Allah’s bevel aan ons om de Boodschapper te gehoorzamen en zijn bevel te volgen, en dat “wie van de Boodschapper van Allah accepteerde, dan heeft hij van Allah geaccepteerd, omdat Allah het verplicht heeft gemaakt om hem te gehoorzamen. Daardoor valt acceptatie zowel in wat in het Boek van Allah is, als de Soennah van Allah’s Boodschapper, en van hen beide accepteren, is feitelijk accepteren van Allah.” (Ar-Risaalah van ash-Shaafi’ie p. 33.) Daardoor, wie met de Soennah heeft geoordeeld heeft niet het Boek verlaten, in zowel oordeel als betekenis, gebaseerd op zijn betekenis.

 

Conclusie

De rol van het voorbeeld van de Profeet (vrede zij met hem) is te verduidelijken wat er in de Koran geopenbaard is. Zo staat er herhaaldelijk in dat er gebeden moet worden en dat de zakaat (jaarlijkse afdracht van 2,5% over bezit als vorm van aanbidding) een verplichting is, maar pas in de ahadith kan er gevonden worden hoe we bijvoorbeeld moeten bidden of wanneer en door wie dit dient te geschieden. In de ahadith kunnen dan ook aanwijzingen gevonden worden over onderwerpen die het gehele praktische leven van een Moslim betreffen, zoals het gebed, de reiniging voor het gebed, het vasten, het huwelijk, geboorte, dood, handel, eten en drinken, etc.

Het volgen van het voorbeeld van de profeet zit zo ingebakken in de beleving van de moslim, dat de oproep van mensen om hiervan afstand te nemen zo goed als onbeantwoord is gebleven, Allah (de Verhevene) zij geprezen. Dit is een traditie die teruggaat tot de eerste van sahaba (Moge Allah tevreden over hen zijn) – waarlijk, het verlaten van deze traditie, dat zou een werkelijke ‘innovatie’ zijn. Een artikel als deze was niet nodig om de moslims dit duidelijk te maken. Voor iedere moslim is duidelijk, namelijk, dat men van het voorbeeld van de Profeet, en dus de ahadith, geen afstand kan nemen of mag nemen; ook al kan misschien niet iedere moslim zijn of haar redenen hiervoor onder woorden brengen. Dit is de reden voor het verschijnen van dit artikel.

Voor de moslims, verstandelijk gezien is het onmogelijk om te stellen dat de Koran geaccepteerd moet worden, maar dat de hadith verworpen moeten worden omdat dezen van Mohammed afkomstig zijn. De mensen die de Koran accepteren kunnen niet tegelijkertijd stellen dat de ahadith een onbetrouwbare bron hebben, zijnde Profeet Mohammed , omdat immers de Koran zelf ook tot Mohammed terugvoert; zij – de woorden van Allah – is aan Mohammed geopenbaard en hij heeft haar verkondigd als rechte leiding voor de mens.

Het verstand van de mens is in staat om te bewijzen dat inderdaad de Koran het woord van Allah is. En daar enkel boodschappers / profeten de boodschap van Allah brengen, kan Mohammed dus niet anders dan een profeet zijn, omdat hij de Koran heeft gebracht. Deze Koran stelt zelf in verschillende verzen dat de mens in de Profeet  een voorbeeld moet nemen; dat de mens Allah en Zijn Profeet moeten gehoorzamen; en dat enkel gehoorzaamheid aan Allah en Zijn Profeet tot het goede in het hiernamaals zal leiden. Praktisch gezien, dus, is het onmogelijk voor mensen die de Koran als woord van Allah hebben geaccepteerd om het voorbeeld van Mohammed de Profeet te verwerpen – daarmee verwerpen zij namelijk een deel van de Koran.

En het argument dat de ahadith niet betrouwbaar zouden zijn, wordt lachwekkend wanneer men kennis vergaart van de methode toegepast door de verzamelaars van de ahadith.

We kunnen nu tot de conclusie komen dat de stelling van de Koranieten vals zijn. De Koran zelf laat dan geen twijfel erover bestaan dat de Profeet een voorbeeld is voor de mensheid, en door middel van de hadith kunnen wij op betrouwbare wijze leren over het voorbeeld gesteld door de Profeet. Het verwerpen van het leven van de Profeet als voorbeeld voor de mens, is een vorm van ongeloof (kufr) – zij gaat in tegen wat onbetwistbaar bewezen is uit de bron waarover geen twijfel bestaat, zijnde de Koran.

Om af te sluiten, de woorden van Allah (swt), de vertaling waarvan zoveel betekent als:

“En zeg: ‘Waarheid (Haqq) is gekomen en valsheid (Batil) is ten onder gegaan. En valsheid is inderdaad onderhevig om te verdwijnen’.”
[Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Isra 181]

En een waarschuwing van de profeet Mohammed zelf gericht aan het adres van de gelovigen betreffende deze zaak:

“Laat mij geen van jullie zich ontspannend op zijn bank aantreffen, terwijl hij hoort over iets betreffende mij, wat ik heb opgedragen en verboden (lees: de Soennah) zeggende: ‘We weten het niet. Wat we in Allah’s boek (lees: de Koran) vonden dat volgden wij’.”
[Sunan Abu Dawoed, hadith nummer 4588]

Redactie: Voor de mensen die de moslims tot dit pad van valsheid oproepen, uw oproep is er een die terug te voeren valt tot christelijke missionarissen en anderen die, in erkenning van de superioriteit van Islam, niet durfden discussiëren over Islam op basis van een juist en eerlijk begrip. Als u iets van eer had gekend, dan was u met de moslims een eerlijke discussie aangegaan, en had u uw kritiek geuit op de realiteit van Islam. Maar op basis van leugens probeert u een verdraaid beeld te schetsen van de religie van de moslims, in de hoop verwarring te kunnen zaaien – daarmee feitelijk erkennende dat islam de waarheid is. U behoort daarmee zonder twijfel tot de laagste der mensen.

 

Links:
http://answeringsubmission.wordpress.com/2007/11/30/combat-kit-to-use-against-the-quran-only-muslims/
http://www.al-yaqeen.com/va/vraag.php?id=964

Koranitische websites:
Islamitische Bewustwording Nederland is te vinden op: www.monotheist.nl (verlopen)
De Submission website is te vinden op: www.submission.org (engelse website)

Steekwoorden: Kuran niet koranieten korannieten quranieten quraniyoon koranieten sunnah sunnet koranisme

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *